Start Weblog Inhoud Wat is nieuw English    

Kinderen te dik

Alleen te overwinnen door gezamenlijke verantwoordelijkheid en gedeelde actie

Amersfoort, juni 2004  

Inleiding

Het komt steeds vaker voor, jongeren en kinderen die te zwaar zijn. Kinderen die lijden aan obesitas, oftewel ‘zwaarlijvigheid’. 

De Wageningse hoogleraar prof. dr. M. Katan waarschuwde onlangs nog voor een overgewichtepidemie, vooral bij kinderen. [1] Dit probleem lijkt typisch voor de postindustriële en postmoderne maatschappij; een consumptiegerichte maatschappij, waarbij alles om vermaak en genot draait. Zelfs al bij kinderen.    

In dit artikel wil ik op bovenstaande problematiek ingaan. In de eerste alinea verken ik de ernst van de situatie. In alinea twee bekijk ik op het niveau van de wereldpolitiek wat er zich afspeelt. Daarna wil ik een sociologische verkenning maken, om op basis daarvan een eigen standpunt in te nemen. Ik vervolg met een verdieping van het probleem en wil tot slot enkele handreikingen doen om maatschappelijk, maar ook individueel aan de slag te kunnen. Het artikel beoogt een bredere bezinning op gang brengen en roept op om gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen.

Waarover hebben we het?

Wereldwijd lijden 1,1 miljard mensen aan overgewicht, waarvan 300 miljoen aan ernstig overgewicht (ter vergelijking; 1 miljard van de wereldbevolking lijdt honger). Ook de kinderen blijven hiervan niet gespaard. In Nederland is het aantal dikke kinderen afgelopen twintig jaar verdubbeld. Volgens de gezondheidsraad is 1 op de 7 kinderen te dik. Minstens 30 % van de te dikke kinderen raken hun overtollige kilo’s nooit meer kwijt en blijven dus als volwassenen ook zwaarlijvig.

Sommigen zien een rond buikje als een symbool van welvaart. Overgewicht is echter slecht voor de gezondheid en dus een serieus probleem. Het kan namelijk hart- en vaatziekten en andere gezondheidsproblemen, zoals kanker, diabetes en gewrichtsproblemen veroorzaken. Er zijn zelfs deskundigen die het schadelijk effect van ongezonde voeding al gelijk stellen aan dat van roken [2] .

Ik zal eens wat cijfers geven om een wat beter beeld te krijgen waarover we praten: in 2001 stierven wereldwijd zo’n 56 miljoen mensen. 60 % Daarvan overleed aan niet overdraagbare ziekten, zoals hart- en vaatziekten en kanker. De belangrijkste risicofactoren voor deze niet overdraagbare aandoeningen zijn roken, een ongezond eetpatroon, alcoholmisbruik en een gebrek aan beweging [3] .

Naast de somatische problemen zijn er nog de psychische problemen. ‘Hee dikke, jij mag niet meedoen want je kan ons toch niet bijhouden’… Kinderen kunnen onderling erg gemeen zijn tegen elkaar. Hierdoor ontwikkelen veel dikke kinderen een minderwaardigheidscomplex. Soms zit er een psychische eetstoornis achter. Ongeveer 8 op de 1000 tienermeisjes kampt daarmee, soms boulimia, maar meestal anorexia nervosa. [4] De leeftijd van meisjes met deze stoornis wordt steeds lager.  

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie een serieus probleem

We kampen met een serieus probleem. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft dit terecht geconstateerd en wilde actie ondernemen. Obesitas zou ‘epidemische’ vormen aannemen en een bedreiging zijn voor de wereldgezondheid.

Amerika denkt hier echter anders over. Volgens hen, waar trouwens de helft van de bevolking te dik is, valt het allemaal nog wel mee. Het Amerikaanse ministerie van volksgezondheid heeft het plan van de WHO voor een mondiale campagne tegen overgewicht gedwarsboomd. [5]

Wat is hier aan de hand?

Om hier een antwoord op te geven is het van belang om te weten wat de WHO voor campagne in petto had. Deze campagne, Global Strategy on Diet, Physical Activity and Health geheten, bestaat er in de eerste plaats uit dat overheden richtlijnen en aanbevelingen krijgen over voeding. Hier hoort een waarschuwing bij tegen vet- en suikerrijk voedsel, zoals snacks en andere fastfood producten. Bij reclames voor zulke producten zouden kinderen beter beschermd moeten worden door ze te waarschuwen dat deze producten ongezond zijn.

 Het Amerikaanse ministerie van volksgezondheid schrijft aan de WHO dat zij ongefundeerd focussen op ‘goed’ en ‘slecht’ voedsel. Volgens hen bestaat dit onderscheid niet. Bovendien vinden zij dat je als overheid niet teveel moet reguleren, maar mensen vooral vrij moet laten om zelf te kiezen.

Volgens internationale kranten zoals de Financial Times en de Wall Street Journal zit daar de lobby achter van ondermeer de Amerikaanse suikerindustrie. [6] Ook wetenschappers van de WHO zelf zagen de hand van Amerikaanse voedselfabrikanten hierachter zitten.

Materialistisch of idealistisch – wat heeft de sociologie ons te zeggen?

 Hier doemt een veel besproken sociologische vraag op, namelijk betreft de aard van het verband tussen economische en andere maatschappelijke (in dit geval politieke) processen: in hoeverre zijn de eerste bepalend voor de laatste? Oftewel: zijn economische processen (hier de voedselfabrikanten) bepalend en dus richtinggevend voor andere maatschappelijke processen (hier de WHO)?

Volgens een ‘materialistisch’ standpunt moet de verklaringsbasis van maatschappelijke ontwikkelingen in economische processen worden gezocht. Hier staat het ‘idealistisch’ standpunt tegenover. Zij zoekt de basis van maatschappelijke processen in de veranderingen van ideeën, van kennis en van cognitieve [en m.i. ook affectieve] bindingen. [7]

Zelf zou ik mij niet onder de ‘materialisten’ willen scharen, omdat ik niet wil geloven dat we als maatschappij afschuiven in een economisch determinisme. Wel zie ik de sterke arm van de economie die de maatschappij zeer zeker diepgaand beďnvloedt. Ik geloof meer in de ‘logica van industrialisering’ zoals de socioloog Clark Kerr [8] die beschrijft. Hij doelt hiermee op de dwingende voorwaarden voor en consequenties van industrialisering. Toch bepaalt volgens Kerr die industrialisering, en dus de economie, niet in totalitaire zin maatschappelijke processen.

De economie bepaalt wellicht in grote mate hoe onze samenleving er vanuit materialistisch oogpunt uitziet, maar toch niet wezenlijk ons moreel besef en handelen. Dit wordt m.i bepaald door m.n affectieve bindingen, oftewel hoe wij met elkaar als samenleving affectief omgaan.

Obesitas is een cultureel verschijnsel

Om terug te keren naar ons onderwerp; natuurlijk zullen de Amerikaanse voedselfabrikanten er alles aan gedaan hebben om de campagne van de WHO te dwarsbomen. Zij verdienen immers goud geld aan alle snacks en fastfood. Zij willen geen verantwoording dragen voor het wereldwijde en veelvoorkomende probleem obesitas.

Nu vind ik dat ze hier wel een punt hebben. Je kunt de schuld niet alleen op hen afschuiven. Natuurlijk is het probleem van obesitas niet alleen te verklaren doordat er zoveel ‘slecht voedsel’ wordt aangeboden. Er is meer aan de hand! Het is ook een cultureel verschijnsel, een typisch postmodern probleem.

Het leven van kinderen speelt zich grotendeels af in klaslokalen en achter de buis van tv en computer. Ze hebben veel minder lichamelijke inspanning in vergelijking met hun leeftijdsgenootjes van vroeger. Daarbij komt dat de hele maatschappij gericht is op directe behoeftebevrediging (hedonisme). Snacks en fastfood zijn typische directe behoeftenbevredigers. Een combinatie van te weinig beweging en te veel vet eten maakt dat onze kinderen gemiddeld veel te dik worden.

Alleen lijnen helpt niet

Maar nu de vraag; wat ertegen te doen? Er is geen eenvoudige oplossing voor deze vraag, simpelweg een dieet volgen blijkt niet afdoende. Eerst rijst al de vraag: welk dieet? Er zijn zoveel verschillende diëten die allemaal weer verschillende dingen zeggen. Om enkele diëten te noemen: het ‘Atkins-dieet’, het ‘Mayo Dieet’, ‘Protein Power’, ‘Sugar Busters’, ‘GI-dieet’, ‘Montignac’, ‘Weight Watchers’, ‘Slimfast’, ‘Walter Willet’ en ‘een leven lang fit’.

Patricia Schutte, van het Voedingscentrum, is heel duidelijk over al die diëten:

“Van elk dieet zul je afvallen omdat je je weer bewust wordt van alles wat je in je mond stopt. Dat leidt altijd tot minder calorie-inname.”

Helaas helpt het volgens Schutte op lange termijn allemaal niets.

“Als je niet je levenswijze blijvend verandert, zal het gewichtsverlies ook niet blijvend zijn”. [9]

Niet alleen Schutte is deze mening toegedaan. Om obesitas te bestrijden is meer nodig dan een dieet alleen. Professor Caroline Braet, verbonden aan de Universiteit van Gent, adviseur van een obesitaskliniek in Belgie en internationaal expert op het gebied van obesitas bij kinderen, heeft zelfs een heel gedragstherapeutisch programma hiervoor ontwikkeld. Kinderen leren in haar programma een gezonde levenswijze eigen te maken die ze hun hele leven kunnen volhouden: minder eten, gezond voedsel en veel bewegen. Zij legt ook nadruk op de psychische kant: de kinderen moeten werken aan een positiever zelfbeeld [10] . Kinderen leren om een balans te leggen tussen eten en bewegen, welke relatie er ligt tussen gedachten, gevoelens en gedrag [11] .  

Fastfood heeft een stoer imago in onze cultuur

Het probleem van obesitas heeft veel te maken met de cultuur waar we in leven. Die cultuur beďnvloedt ook onze manier van opvoeden. We onderhandelen dagelijks met onze kinderen en belonen hen veelal met snoep en snacks. “Kinderen groeien nu eenmaal op in welvaart.” Zei Justine Pardoen, hoofdredacteur van Oudersonline. [12] We leven in een vrijemarkteconomie en de boodschap van de foodindustrie luidt: ‘eet, eet, eet en geniet’.

In de pauze chips en cola kopen hoort bij een stoer imago.

Veel ouders van te dikke kinderen speculeren over lichamelijke afwijkingen waardoor ze te dik zouden worden. Dr. Rotteveel, verbonden aan een obesitaskliniek in Amsterdam, zegt daarover: 

‘Bij bijna alle dikke kinderen is de oorzaak aanleg, gecombineerd met het verkeerde leefpatroon’. 

Soms raken ouders zelfs geagiteerd als Rotteveel hen vertelt dat er lichamelijk niets aan hun kind mankeert 

‘en ze worden helemaal kwaad als ik zeg dat elk pondje door het mondje gaat’ [13] .

We moeten obesitas niet als een biomedisch probleem benaderen, maar vooral als een cultuurverschijnsel.

Wie is verantwoordelijk?

De voedselindustrie is deels verantwoordelijk voor deze maatschappelijke ontwikkeling. Het wordt tijd dat zij deze verantwoordelijkheid ook gaan dragen en zich niet langer blijven verschuilen achter het dogma van de individuele vrijheid en eigen verantwoordelijkheid.

Binnen de Nederlandse voedselindustrie is hierover veel discussie ontstaan. Anthony Burgmans, bestuursvoorzitter van Unilever, is van mening dat de voedselindustrie geassocieerd mag worden met gewichtsproblemen. ‘We moeten onze verantwoordelijkheid nemen’, verklaart hij in een interview met NRC-correspondent Folkert Jensma [14] .

Burgmans wijst er echter op dat zij niet alleen schuldig zijn. Er zijn zoveel factoren aan te wijzen: de elektronica industrie – mensen kijken tegenwoordig gemiddeld 4 a 5 uur tv – , de auto industrie, de software industrie – kinderen zijn 2 a 3 uur per dag met hun PC in de weer – en ga zo maar door met schuldigen aan te wijzen.

Paul van der Stoel, directeur van Mc Donald’s Nederland, lijkt zich ook het probleem te erkennen. Hij heeft een ingrijpende omslag in de geschiedenis van dit befaamde fastfood-bedrijf te berde gebracht, door per mei 2004 maaltijdsalades, fruit en yoghurt aan het assortiment toe te voegen [15] . 

De discussie in de wereld van de Nederlandse voedselindustrie is niet geheel vruchteloos geweest. Er heeft zelfs een grote doorbraak plaatsgevonden; zo concludeert Jaap Seidell, voedingshoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam [16] . Voor het eerst heeft de industrie gedragsregels over de reclame en promotie van voedingsmiddelen opgesteld. De industrie erkent hiermee dat met name jonge kinderen beschermd moeten worden.

Maar we zijn er nog niet met deze gedragsregels. Ze zijn namelijk vrijblijvend en sommige bepalingen zijn ronduit vaag. De voedingsindustrie is hierover nog in gesprek met de Reclame Code Commissie.

Blijft de overheid buiten schot?

Als we ervan uitgaan dat obesitas niet alleen een individueel (biomedisch) probleem is, of een probleem tussen de consument en de voedselindustrie, maar een cultureel probleem, dan staat ook de overheid een taak te wachten.

Denemarken is reeds ten strijde getrokken. Daar is het voor dikkerds mogelijk om op kosten van de staat af te slanken. Zij krijgen een gratis cursus aangeboden. Deze intensieve cursus, een ˝ jaar lang dagelijks intensieve begeleiding, bevat lessen over gezonde voeding, oriëntatie op de arbeidsmarkt en psychologie. Bovendien bestaat een belangrijk deel uit lichamelijke beweging. Ook hier geldt dat alles erop is gericht om te komen tot een gezondere levensstijl. [17]

Maar ook in Nederland is de overheid niet passief. Dankzij druk van overheidswege zijn de reeds genoemde gedragsregels voor de reclame door de voedselindustrie opgesteld. De overheid zou echter meer kunnen doen. Er wordt bezuinigd op sportverenigingen, terwijl sporten heel gezond is en preventief werkt tegen obesitas. Ook in het onderwijs wordt steeds meer bezuinigd op het sport- en zwemuurtje.

Bronnen

 

 [1] Trouw 13-2-04. “Chips, cola, chocola” door: Eveline Brandt.

 

 

 

 

 [2] Bijvoorbeeld de epidemioloog prof. dr. ir. Pieter van’t Veer, hoogleraar Voeding en epidemiologie aan de Wageningen universiteit. “voor de volksgezondheid is goede voeding net zo belangrijk als niet-roken”.

[3] NRC 22-4-04. “WHO: prioriteit aan bestrijding ongezond eten”.

[4] Van Elburg, A; jeugdpsychiater in het Universitair Medisch Centrum Utrecht

 

 

 

 

 

 [5] Trouw 17-1-04. “VS torpederen campagne WHO”

 

 

 

 

 

 

 

 [6] NRC 23-1-04, “Globesity: de wereld wordt te dik”

 

 

 

 

 

 [7] Wilterdink, N, Heerikhuizen, B van; Samenlevingen. Wolters – Noordhoff. P. 67

 

 

 

 

[8] Kerr, C; Industrialism And Industrial Man. Cambridge: Harvard University Press. 1960

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 [9] Trouw 30-1-04  “We lijnen een leven lang”

 

 

 [10] Psy jaargang 8 nr. 6. 14-5-04. Vijftien jaar, 110 kilo. Door: M. Langelaan.

[11] Zie ook: Braet, C, Winckel, M. van; Behandelingsstrategieën bij kinderen met overgewicht. Bohn Stafleu Van Loghum

[12] HP-de Tijd, 2-4-04 “Kinderlokkers”. Door Fleur Jurgens.

 

 

 

 

 

 

[13] Trouw, 13-2-04 “De Verdieping – Chips, cola, chocola” door: Eveline Brandt.

 

 

 

 

 

 [14] NRC, 31-1-04 “De stelling van Anthony Burgmans: een Magnum past in een goed dieet”.

 

 [15] NRC, 8-4-04 “Mc Donald’s zet salades in tegen vetzucht”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 [16] Trouw, 5-5-04 “Revolutie in op kinderen gerichte reclame”.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 [17] Trouw, 13-1-04 “Gratis afslanken, op kosten van de overheid”.

 

Maar wat kan ik zelf doen?

Uw kind alleen op een streng dieet zetten is niet voldoende. Ik denk dat de affectieve binding heel belangrijk is. Ga sportieve dingen met uw kind ondernemen, zoals fietsen, voetballen en zwemmen. Benader uw kind positief door het complimentjes te geven en tijd met hem of haar door te brengen. Hierdoor ontwikkelt het een positief zelfbeeld en zal hij of zij emotioneel sterker in zijn schoenen staan. 

  

Leer ze luisteren naar hun lijf
Foto en tekst (ingezonden brief): Trouw 11 februari 2006   

Obesitas kan alleen overwonnen worden door discipline en doorzettingsvermogen. Dit bereik je alleen als je emotioneel sterk bent. Let wel: discipline leg je niet met dwang op. Daar bereik je niets mee. Dwang bezorgt eerder angst en afkeer. Uiteraard is het ook belangrijk om een goed voorbeeld te geven, door zelf gezond te eten en genoeg te bewegen.

Focus bij obesitas niet alleen op de voeding, maar op het algehele gedrag. Met een sterke geest, gezonde voeding en voldoende lichaamsbeweging overwin je obesitas.

Mijn conclusie is dat we obesitas gezamenlijk moeten aanpakken. Gezamenlijk delen we de verantwoordelijkheid, zowel de voedselindustrie, de gezondheidszorg, de overheid als degene die eronder lijdt. Ieder zal echter op zijn eigen terrein actie moeten ondernemen, zonder telkens op de ander te wijzen. Gezamenlijke verantwoordelijkheid en gedeelde actie, alleen zo kunnen we het probleem overwinnen.

Even knuffelen
'Ik hoef geen toetje', zegt onze dochter (3), als ze geen honger heeft. Ons zoontje van 1 duwt zijn koekje weg als hij niet meer wil.

 Allebei hebben ze de borst gekregen. Op verzoek, als ze huilden, midden in de nacht. Ze zijn niet verwend. Ze houden van een vast voedingspatroon, en als ze 's nachts huilen gaan we er nog steeds even heen om te knuffelen.

Prachtig om te zien, hoe goed ze luisteren naar hun lijf.
[...]

 Ongemakken horen bij het leven. Maar eten onthouden aan een hongerige baby, en hem niet troosten bij verdriet lijken me geen goede voedingsbodem voor de vorming van
het karakter van het kind.
Goirle, Elisabeth Smulders

 Tot slot, je staat er niet alleen voor. Schroom niet om informatie te zoeken of hulp in te schakelen. Hieronder volgen enkele adressen van hulpinstanties, verenigingen en websites.

Adressen

In Nederland zijn verschillende adressen waar kinderen met obesitas behandeld kunnen worden:

Het astmacentrum Heideheuvel in Hilversum. Zij beschikt over 24 bedden voor kinderen in de leeftijd van 8 tot 18 jaar. Zij is de enige instelling die een klinisch obesiasprogramma voor kinderen heeft.  www.heideheuvel.nl

Het St. Franciscus Gasthuis in Rotterdam biedt een behandeling voor kinderen tussen de 8 en 15 jaar onder de naam: ‘De dikke vriendenclub’. www.sfg.nl

Voor tieners met overgewicht organiseert Victory Camp speciale zomerkampen. Deze duren 2 weken. www.victorycamp.nl

Andere adressen

Nederlandse Obesitas Vereniging
Stationsplein 6
3818 LE Amersfoort

Sites

www.dikke-mensen.nl

  www.overgewicht.nl

www.obesitaskliniek.nl

www.overgewicht.pagina.nl

 


< Lees meer >

Start Weblog Inhoud Wat is nieuw English