Vorige Start Omhoog Volgende

Een nieuwe politieke partij - de PNVD

Partij voor Naastenliefde, Vrijheid en Diversiteit

Tegenwicht weblog # 58, 20 juni 2006 

In onze democratie heeft iedereen het recht een politieke partij op te richten, zelfs een partij de de koningin wil afschaffen of zoiets radicaals wil. Maar ja, dat gaat niet zo maar, daar is het een en ander voor geregeld, kennelijk om te voorkomen dat er te veel partijen zouden komen zonder voldoende achterban. 

Men moet een programma hebben. 
Men moet zich opgericht zien bij een notaris en 
zich dan geregistreerd weten te zien bij de Kiesraad. 
Men moet zich kandidaten zien te verwerven. Dan staat men nog niet op de kieslijsten, want 
dan moet men in elk van de negentien districten een flink aantal handtekeningen op zien te halen 
en een flinke som geld bijeen zien te krijgen. 
Dan moet men nog publiciteit zien te verwerven en uiteindelijk stemmen zien te verwerven. 

Nu, aan publiciteit had de nieuwe partij geen gebrek, maar de vraag is of er ook een achterban is en stemmers zullen komen. Van de publiciteit was hooguit een 1% genuanceerd en de rest ronduit negatief. 

Het opzetten van een politieke partij vergt dus veel, maar in elk geval vergt het inzicht in hoe de politiek werkt, en hoe politiek en media, en politici en publiek, op elkaar inwerken, alsook een communicatieve houding. Nu, het inzicht in deze realiteit lijkt niet in overdreven vorm aanwezig bij de oprichters van de nieuwe partij. Men lijkt toch een beetje blind, niet voor de eigen idealen, wel voor de realiteit.   

Bij die realiteit hoort dan toch wel dat er nauwelijks steun zal zijn in 'het publiek', noch bij 'het volk', noch bij 'de elite'. Maar ook niet bij de eigen doelgroep, gezien de vele negatieve reacties (naast enkele positieve) op de verschillende fora die zaken als pedofilie bespreekbaar willen maken. Realiter mogen we toch verwachten dat de partij niet verder komt dan de notaris en misschien de Kiesraad, maar De Kamer niet zal bereiken. En zelfs zo ja, wat kan men dan nog, al verdreven van een camping en de universiteit - als het volgende beschermde kamerlid?   

Van Hirsi Ali lezen we dat zij in De Kamer wilde komen, niet zozeer om wetten te maken en de uitvoerende macht te controleren - zij was er zelden - als wel om een forum en een status te hebben om iets ter sprake te brengen. Het is al zeer de vraag of De Kamer hier nu voor is en of de Kamer wel zo geschikt is als forum om 'een geluid te laten horen', en zo ja welk effect dit dan zoal kan hebben. 

In het geval Hirsi Ali heeft haar controversiële boodschap uiteindelijk geleid tot tweespalt, verdeeldheid, wij-zij stellingname, tot afkeer bij de eigen doelgroep, de te bevrijden moslim vrouwen, en tot afkeer bij en van 'de moslims' in Nederland. Eenzame kamerleden als Wilders, Nawijn en Eerdmans hadden ook zulk een effect met hun boodschappen. 

Het is dus zeer de vraag of De Kamer, dus een politieke partij, wel zo behulpzaam is bij te verkondigen geluiden en te spreken stemmen. Wat we nu in de eerste golf van publiciteit al zien is dat 'het geluid' en 'de stem' wel gehoord wordt, maar vervolgens massaal wordt afgewezen, scherper en heftiger dan voordien. 

Wat dan? 
Laten we eens kijken wat men wil. Nee, het is geen one issue partij, er is een volwaardig programma met nogal wat merkwaardige punten er in die vooralsnog zelfs geen minderheid achter zich zullen kunnen krijgen. Zo ongeveer de Eerste Kamer, de Ministerraad en de Koningin en het Bijzonder Onderwijs afschaffen, drugs vrijer laten, naaktlopen toestaan, gratis openbaar vervoer en zo meer. Dat is nogal wat. 

De meest aandacht trokken het willen geven van meer vrijheid aan kinderen, ook inzake intimiteit en het vrijgeven van wat nu kinderporno heet. Dit laatste zou inderdaad wat minder fanatiek vervolgd mogen worden daar waar geen schade is aangericht; het eerste zou wel aansluiten bij de huidige jeugdcultuur waarin men al heel jong juist die eigen keuzes maakt en ook wil en kan maken. Helaas niet altijd de juiste keuzes. Maar wellicht kan meer openheid hier helpen. De schoolpleinen en het internet gonzen ervan en openheid en goede en tijdige voorlichting kan dan alleen maar nuttig zijn. 

Dit zijn op zich verdedigbare zaken, ware het niet dat het zware taboes zijn. Er wordt nauwelijks redelijk over nagedacht, er wordt meteen puur emotioneel hard geschreeuwd. Men demoniseert 'de pedofielen' zonder onderscheid te maken tussen pedofilie en pedoseksualiteit, tussen gevoel en daad. 

Men schrijft bijvoorbeeld: "Pedofilie is toch al bij wet verboden!" Nee, dat is het niet: gevoelens kunnen bij geen enkele wet verboden worden, alleen daden kunnen dat. Pedoseksualiteit is als daad verboden, niet pedofilie als gevoel. Het onderscheid is zoek en men scheert iedereen die maar een beetje kindvriendelijk is over één kam.   

Dit betekent realiter toch dat een zinnig publiek debat, dus ook een redelijk media- en kamerdebat, hierover nog niet mogelijk is zonder het tegendeel te bereiken van wat men wil bereiken, namelijk onderscheid, nuance, nadenkendheid en kennis van zaken. Wat men bereikt, is een verscherpte wij-zij tegenstelling waar niemand iets mee opschiet. 

Zoals de moslims nu ineens alleen op hun geloof worden aangesproken, met vooroordelen, en zoals zij het gevoel hebben onder te moeten duiken, zoiets zou dan ook gebeuren - en het gebeurt al - met mensen die pedofiele gevoelens bij zichzelf bespeuren. Die gevoelens worden dan - ze zijn het al - onbespreekbaar en wie schiet daar nu mee op? Bevorderlijk voor bewustwording, zelfacceptatie, zelfonderzoek en desgevraagd hulpverlening is dit toch niet. 

Wat dan wel? 
Er zijn nu slechts enkele circuits of discoursen waarin een dergelijk debat althans enigszins mogelijk is. Dit zijn delen van enkele bestaande politieke partijen en andere maatschappelijke organisaties, sommige kerken, plekken op de universiteiten, enkele kwaliteitsmedia, enkele uitgevers, delen van het internet en last but not least de fora van de eigen beoogde achterban van de oprichters van deze partij. 

Men hoeft geen eigen forum, blad, groep of partij op te richten, die zijn er al genoeg. Men kan eenvoudigweg deelnemen aan de discussies die in die groepen toch al gaande zijn. Maar dan wel: met een luisterende en respectvolle houding, met open vragen en gedegen (onderzoeks)gegevens. Dus niet met een stellende houding en met een programma van eisen, niet met het eigen gelijk, niet met 'een boodschap' - en vooralsnog in de luwte van de grote publiciteit. 

Wat vindt Tegenwicht? 
Voor het zoeken naar onderscheid en nuance, voor open vragen en gedegen kennis en voor het bespreken van taboes staan wij open. Niet voor dit programma van eisen, althans, zo schat ik het Tegenwicht team en een goed deel van deszelfs achterban in. Ook niet voor onrealistische opties als het nu willen behalen van een kamerzetel om 'een stem te laten horen' in de kamer die hiervoor niet bedoeld is en in het publieke debat dat hier kennelijk helemaal niet aan toe is. 

Onverdroten moed, ongeduldig activisme, publiciteit en 'een boodschap uitdragen' zijn hier geen deugden en ze werken niet. Bescheidenheid, geduld, open vragen en goede communicatie zijn de deugden die hier nodig zijn. Niet beroemd willen worden, maar bereid zijn om in de luwte gedegen hard te werken aan waarheidsvinding. Geduld dus vooral.

 

Vorige Start Omhoog Volgende