Vorige Start Omhoog Volgende

Citaten uit

Geloof in Glen Mills bleek een hype

Iris Pronk, Trouw 26 maart 2010

Het doek is definitief gevallen voor ’boefjesschool’ Glen Mills. Opvolger ’De Sprint’ moet deze zomer dicht. Volgens critici was het een ’hype’, geen bewezen aanpak van criminele jeugdbendeleden.

Jongen één moest twee weken lang de douche schrobben, van ’s ochtends zes tot drie uur ’s nachts, totdat zijn knokkels bloedden.
Jongen twee werd door een coach twintig keer hardhandig tegen een metalen kast gesmeten.
Andere jongens beklaagden zich over machtsmisbruik door begeleiders en chronisch slaapgebrek.

„Van een gevoelsmens een robot maken, dat was wat ze in de praktijk met je deden”, aldus Terence, één van de oud-studenten van heropvoedingsschool Glen Mills.

Het is zomaar een greep uit de wilde verhalen die vanaf 2007 aanzwollen over deze ’boefjesschool’ in Wezep. De School voor Winnaars, zoals het uit Amerika overgewaaide concept ook wel heette, werd bij de start in 1999 met gejuich ontvangen. Eindelijk was er een ’oplossing’ voor jonge criminelen, die groepsgewijs de grootstedelijke straten onveilig maakten. Glen Mills zou ze met een haast militaire, hiërarchische en op groepsdruk gebaseerde methode weer in het gareel krijgen.

[...]

Iedereen geloofde in het succes van de Amerikaanse aanpak, schrijft journalist John Maes in zijn boek ’Glen Mills. Het verhaal van een omstreden experiment’ (2008).

[...]

Vooral de VVD was enthousiast over de ’harde aanpak’ van de crimineeltjes, die door goed gedrag konden opklimmen in de hiërarchie en elkaar moesten controleren.

Maar kritiek was er ook al vroeg, vooral in wetenschappelijke kringen. Hoogleraar Weijers:

„Er was een heftig gelóóf in het concept. Maar ze hebben nooit kunnen aantonen dat het werkt.”
[...]
„Je komt Glen Mills in de wetenschappelijke literatuur nergens tegen. Het is alleen maar druktemakerij, het is lucht.”

Jarenlang schermde de directie van de Nederlandse boefjesschool met een succespercentage van 70 procent. Maar dat percentage bleek niet onderbouwd, en werd door een justitierapport uit 2007 hard onderuit gehaald. Vier jaar na vertrek uit Glen Mills bleek 78 procent van de jongens opnieuw één of meer misdrijven te hebben gepleegd. Daarmee lag het recidivecijfer van de school hoger dan dat van jeugdgevangenissen.

[...]

Vonk zette vorig jaar met De Sprint een flink vernieuwde methode neer, die onder meer een grote betrokkenheid van de ouders inhoudt en uitgebreide, individuele begeleiding van de jongens in hun thuissituatie.

„We hebben een grote slag gemaakt van een instructieklimaat naar een behandelklimaat,” zegt zij.

Maar ’het goede van Glen Mills’ bleef volgens haar behouden: de jongens worden het eerste half jaar nog steeds als groep aangepakt. Deze ’koningen van de straat’, die in Kanaleneiland (Utrecht) of Slotervaart (Amsterdam) vochten om de grootste ring en het lekkerste meisje, moeten eerst leren om zich ’positief normatief’ te gedragen. Dat doen ze onder druk van hun leeftijdsgenoten. Andere methoden helpen niet, aldus Vonk:

„Die jongens zijn hulpverlenersmoe en ongevoelig gebleken voor een individuele benadering.”

Maar volgens hoogleraar Weijers is deze aanname

„gewoon gebaseerd op een negentiende-eeuwse intuïtie: ’we gaan eerst disciplineren’.”
Die aanpak gaat voorbij aan het ’behoeftebeginsel’: „Je moet eerst onderzoeken: wat is er precies met deze ene jongen aan de hand?”

In Glen Mills én De Sprint werd de zwakte van deze jongens – groepsafhankelijkheid – uitvergroot, zegt Weijers:

„Als je die afhankelijkheid gaat versterken, worden ze nooit autonoom. Ik denk dat Glen Mills voor heel veel jongens schadelijk was.”

Ook Peter van der Laan, bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, wijst al jaren op de nadelen van de groepsgewijze methode van Glen Mills. De school viel volgens hem in de categorie ’hypes’:

„Het ontbreekt in Nederland aan een zorgvuldige analyse van de problemen en de aanpak van criminele jongeren. Er is geen alomvattend plan, het blijft bij ad-hoc-oplossingen, pleisters plakken, gerommel in de marge.”
[...]
„Er is geen simpele oorzaak van jeugdcriminaliteit. Die hangt soms samen met drugs, soms met problemen op school of thuis. Er is ook niet één algemene, effectieve aanpak. Glen Mills ondermijnde het eigen succes, alleen al door wél te geloven in één standaardbehandeling voor iedereen.”

Hij hoopt dat de politiek in de toekomst experimenten als Glen Mills eerder laat doorlichten. In plaats van geld te investeren in een methode die volgens hem balanceerde ’op het randje van nattevingerwerk’.

Vorige Start Omhoog Volgende