Start Omhoog

Citaten uit

De markt zorgt niet voor deugden

Hoe politicoloog Andreas Kinneging van zijn liberale geloof afviel

Maarten Huygen, NRC 13 mei 2006

De voorzitter van de Edmund Burke-Stichting Andreas Kinneging was links. Toen werd de politicoloog liberaal, nu is hij conservatief. Hij schreef de Geografie van goed en kwaad, waarvoor hij kortgeleden een prijs ontving. We hebben een elite nodig.

Het werk van een bekeerling, noemt de Leidse hoogleraar rechtsfilosofie Andreas Kinneging (44) zijn bundel essays, Geografie van goed en kwaad. Daarmee won hij drie weken geleden de Socrates-wisselbeker voor het beste Nederlandstalige boek over filosofie van 2005. Kinnegings boek beschrijft de ethiek van het individu, het gezin en de samenleving, van de zeven hoofdzonden tot de democratische rechtsstaat.

In de economisch voorspoedige jaren negentig maakte hij een omslag van voorstander tot tegenstander van de Verlichting. Van vrijzinnig liberaal en VVD-ideoloog werd hij conservatief ethicus, van verkondiger van de weldaden van de vrije markt werd hij liefhebber van de persoonlijke deugden van de antieke oudheid en van het christendom, hoewel hij zelf niet kerkelijk is.

In de opstandige jaren zestig, volgens Kinneging een combinatie van Verlichting en Romantiek, zijn veel waardevolle westerse tradities overboord gegooid, vindt hij.

Een jaar geleden werd Kinneging voorzitter van de conservatieve denktank en het scholingsinstituut, de Edmund Burke Stichting.

[...]

Kinneging [...]:

Vrijwel alle universiteiten, hogescholen en ook media worden gedomineerd door links. Dat geldt ook voor de departementen en de staf van overheidsadviesorganen zoals de WRR. De publieke sector wordt gedomineerd door het linkse circuit. Linkse circuits benoemen elkaar. Er is een groot gebrek aan pluriformiteit. Hier [in Leiden] zijn eindelijk eens een paar mensen aangenomen met andere opvattingen. [...]

[... ...]

In 1987 kreeg Andreas Kinneging een beurs om aan de Leidse universiteit te promoveren. Hij wilde de grondslagen van het liberalisme beschrijven. Dat wilde ik doen door het af te zetten tegen het klassieke humanisme; daar was het liberalisme een reactie op. De liberaal gaat niet uit van de publieke zaak maar van het individu. Bij de klassieke humanisten is het perspectief omgekeerd: de mens als sociaal wezen is niet voorstelbaar los van staat en samenleving. Bij de liberaal is het goede leven het nut wat je ervan hebt of de persoonlijke zelfontplooiing en bij de humanist is het goede leven een deugdzaam leven.

Toen ik het klassieke humanisme goed wilde doorgronden, kwam ik bij de oude Romeinen uit. Ik las Cicero en Polybius, wat ze schreven over de Romeinse staat. Toen werd me duidelijk dat de mens- en maatschappijvisie van de klassieke auteurs veel beter was dan die van het moderne liberalisme. Ik kreeg de blinde vlekken van het liberalisme in de gaten.

[...]

[... N]eem de deugd van de trouw. Iemand die niet trouw is aan het gegeven woord kan, als dat bekend wordt, ook geen contracten meer sluiten. Dan kan hij geen geld meer verdienen. Volgens het liberalisme brengt de markt daarom vanzelf trouw voort, het is in het belang van de marktpartijen.
[...]
De toegenomen marktwerking van de afgelopen jaren is gepaard gegaan met een afname daarvan. De contracten worden steeds dikker, er zijn steeds meer rechtszaken, steeds hogere straffen en steeds meer politie.

Trouw ontspringt aan andere bronnen dan de markt, vooral aan de klassiek humanistische traditie, de middeleeuws aristocratische en christelijke tradities die samen vele eeuwen de ruggengraat van de maatschappij zijn geweest.

[...]

Ook het belang van de elite is een vergeten thema uit het traditionele denken over staat en samenleving. Kinneging:

Het besef dat er een eliteprobleem is, is vrijwel verdwenen. Iedere maatschappij, hoe democratisch ook, heeft een maatschappelijke top. Die bepaalt in belangrijke mate wat er gebeurt. Maar de leden van de elite zijn nu uit net zulk krom hout gesneden als alle anderen. De elite moet doordrongen zijn van het besef dat macht verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Ze moet een persoonlijke ethiek hebben, plichtsbesef en een gevoel van noblesse oblige. Goed huisvaderschap.

De elite wordt aan de universiteit gevormd, maar het is volgens Kinneging niet meer evident wat academische vorming is. Aan de universiteit heersen verwarring en onkunde.

[...]

Het besef is weg dat je als jurist kans loopt dat je deel gaat uitmaken van de maatschappelijke elite en dan een brede blik moet hebben en moet hebben nagedacht over het waarom en waartoe. Anders ben je niet in staat goed leiding te geven.

[...]

De Burke-stichting, waar Kinneging voorzitter van is, organiseert conferenties en geeft cursussen voor studenten in het westerse intellectuele erfgoed. Er komen redelijk wat jongeren op af. Het instituut staat volgens de website voor een kleine, weerbare overheid, een krachtige civil society, en verantwoordelijke en betrokken burgers.

[...]

Kinneging: Het idee voor de stichting kwam van een paar mensen die ik kende, onder wie de voormalig journalist van het Reformatorisch Dagblad, Bart-Jan Spruyt, en oud-studenten van mij. De stichting moest een debat beginnen over het erfgoed.

[...]

Toch verscheen Spruyt, inmiddels directeur van de Burke-stichting, met de politicus Geert Wilders op tv alsof hij een samenwerkingsverband met hem was aangegaan. Kinneging: Het was wat na´ef dat Spruyt zich daarvoor leende. Had het aan mij had gelegen, dan had de Burke-stichting nooit partijen geadviseerd.

Ik heb altijd gevonden dat de Burke-stichting zich op het intellectuele debat moest concentreren. Afgelopen najaar hebben we de bakens verzet. We hebben de politiek radicaal de deur uitgezet. Als gevolg daarvan vielen grote geldschieters weg, zoals het farmaceutische bedrijf Pfizer en Microsoft, en moest de hele staf worden ontslagen onder wie Spruyt zelf. Pfizer wil concreet onderzoek naar de zorgverzekeringswet, de Burke-stichting is gericht op de grondslagen van rechtsstaat en samenleving. Daarin zijn dat soort bedrijven totaal niet ge´nteresseerd.

Inmiddels werkt Spruyt, die nog onbezoldigd secretaris is van de Burke-stichting, voor de nieuwe Partij voor de Vrijheid van Wilders. Brengt dat de stichting niet in politiek vaarwater? Kinneging:

De Burke-stichting heeft echt niets met politiek te maken. Ze is zoals de Amerikanen zeggen nadrukkelijk nonpartisan. Waar de mensen werken die betrokken zijn bij de Burke-stichting is van geen belang. Ik ken Geert Wilders niet eens.

Kinneging heeft niet zulke uitgesproken anti-islamitische opvattingen als Spruyt.

Ik weet te weinig van de islam om er veel zinnigs over te zeggen, zegt hij. Wat is de kern van de islam en in hoeverre verschilt die van het christendom? Je kunt uit de Koran en de Hadith veel mooie en stichtelijke dingen halen die overeenkomen met de westerse traditie, maar ook iets erg gewelddadigs en intolerants.

[...]

Het is wel zaak dat we hen niet van ons vervreemden en het kamp van terroristen injagen door alles en iedereen over een kam te scheren.

Het is voor seculiere intellectuelen moeilijk om te begrijpen welke grote rol religie speelt in het leven van talloze mensen en wat voor positieve en negatieve krachten religie kan losmaken. De seculiere intellectueel heeft zelf de filosofie als vervanger van de religie. Maar die rol kan de filosofie niet spelen in het leven van het volk. Nooit.

 

Start Omhoog