Start Omhoog

GroenLinks rechts uit de bocht

Vrijheid Eerlijk Delen: een kritiek

Frans van der Vlugt, Jan Taat, Rob Lubbersen; 03-04-2006

< http://www.konfrontatie.nl/nl/artikel.php?konfrontvar=1192&themavar=14  > 

De oude verzorgingsstaat schudt op zijn grondvesten. In tien jaar tijd is de sociale zekerheid, met al zijn voorzieningen voor werkloosheid, ziekte en ouderdom, volkomen van aanzien veranderd. Maar één ding is vrijwel hetzelfde gebleven. Zo'n 15 tot 20 procent van de bevolking zit steeds in de hoek waar de klappen vallen.

Als het economisch wat beter gaat, profiteren zij het minste van een toename aan welvaart en welzijn, gaat het wat minder vliegen zij er als eersten uit en ligt de armoede op de loer. Dat deel van de bevolking bestaat elke keer weer voornamelijk uit laagopgeleiden, jongeren, vrouwen en migranten. Als er een poging wordt gewaagd daaraan iets te doen, dan verdient dat hulde en steun. Het gaat om een uiterst weerbarstige problematiek. GroenLinks heeft onlangs een poging ondernomen.

Dat gebeurde met het manifest “Vrijheid Eerlijk Delen” . Daarin komen Femke Halsema en Ineke van Gent met een serie "Vrijzinnige voorstellen voor sociale politiek". Een moedig waagstuk voor een partij die haar sporen doorgaans niet verdient op sociaal-economisch terrein. Dat zóu tot een nieuwe kijk op de zaak en tot verfrissende oplossingen kunnen leiden. Helaas valt het resultaat bitter tegen.

Insiders en outsiders

Vanuit de vakbeweging is het manifest genadeloos neergesabeld. "Naďef, dromenland, ver afstaand van de realiteit, liberaal geneuzel", waren enkele kwalificaties. Terecht? Het valt te vrezen van wel. 

Er wordt afscheid genomen van oude idealen en zekerheden zonder dat daar iets stevigs voor in de plaats wordt gesteld. Het punt is niet dat de oude verzorgingsstaat wordt uitgezwaaid, daar mankeerde genoeg aan. Punt is dat op geen enkele manier een opening wordt gemaakt naar een fundamentele hervorming van de maatschappij. Geen enkel uitzicht wordt geboden op een samenleving waarin niet langer de rijkdom maar de rechtvaardigheid regeert. 

Het socialisme verdwijnt in de prullenbak. De tegenstelling tussen kapitaal en arbeid wordt volkomen veronachtzaamd. De onmetelijke macht en rijkdom van de 'heersers der aard' blijven volledig buiten schot, ook in de meer praktische voorstellen. De tegenstelling kapitaal-arbeid wordt vervangen door een tegenstelling van insiders en outsiders. Oftewel: 'oude blanke mannen' versus 'jongeren, allochtonen en vrouwen'. De babyboomers hebben het gedaan! Zij bezetten de leuke banen, eten de sociale fondsen op en blokkeren de toegang tot een beter bestaan voor de minder bedeelden. 

Niet de gezamenlijke strijd voor een andere maatschappelijke orde, niet de strijd tegen uitbuiting en onderdrukking, maar de strijd tussen twee lagen bínnen de arbeidersklasse wordt door “Vrijheid Eerlijk Delen” op de voorgrond geplaatst. 

Niet verwonderlijk zijn daarom de voorstellen om vooral het "teveel aan privileges voor insiders" aan te pakken. Bijstellen van regelingen en voorzieningen voor een deel van de werkende bevolking naar beneden, dus. In hoeverre dat bijdraagt aan kansenvergroting voor de 'outsiders' is daarbij nog helemaal de vraag. Want het manifest mist niet alleen ambitie, het gaat ook mank aan onderbouwing. 

Boterzachte veronderstellingen moeten doen geloven dat de voorgestelde maatregelen daadwerkelijk verbetering zullen brengen in de positie van hen die nu stelselmatig buiten de boot vallen. 

Het meest pregnant komt dat naar voren bij het voorstel de ontslagbescherming af te bouwen. Gaat dat betekenen dat hoogopgeleide arbeiders plaats maken voor lager opgeleiden? Onvoorstelbaar! Dat gaat er op neerkomen dat die hoger opgeleiden door hun bazen makkelijker tegen elkaar kunnen worden ingeruild. De rat-race tussen hen zal worden aangewakkerd, met alle gevolgen aan stress en burn-out van dien, en het netto-resultaat voor lager opgeleiden zal miniem zijn. 

Omdat “Vrijheid Eerlijk Delen” evenmin rekening houdt met de bestaande machts- en krachtsverhouding, is de kans levensgroot dat de verkeerden met de voorstellen of delen daarvan aan de haal gaan. Nog heel recent zijn de werkgevers, die van VNO-NCW en MKB, óók in het geweer gekomen om de ontslagbeperking aan te pakken. Zij zien een dergelijke maatregel als een sluitstuk van de door Balkenende gerealiseerde sloopoperatie op het gebied van de sociale zekerheid. In die context, in dat proces van afbraak van sociale voorzieningen, van de WAO, de WW, de pensioenen en de uitkeringen, speelt GroenLinks met vuur.

Naargeestigheid

In het Voorwoord "Vrijzinnige voorstellen voor sociale politiek" wordt de sanering van de verzorgingsstaat door Balkenende II van de hand gewezen. Die treft juist de kwetsbaren en kansarmen. De strijd voor het behoud van de huidige verzorgingsstaat wordt echter ook verworpen. De bestaande voorzieningen schepen de mensen af en houden ze passief. Daarom is het tijd voor een "drastische modernisering".

Het voorwoord bevat ook een soort excuus voor een mogelijk gebrek aan diepgang. Immers:

"Te vaak verdrinkt het sociale debat in techniek en in de uitvoeringsproblemen van de verzorgingsstaatsorganisaties. Dit discussiestuk gaat niet over het voortbestaan van de 'staat' en zijn instituties, maar over de mensen die vrijwillig én onvrijwillig op de staat zijn aangewezen."

Een merkwaardige redenering, want het gaat bij de sociale politiek nou juist bij uitstek over hóe die staat in de maatschappij functioneert, in het bijzonder voor de kwetsbaren en kansarmen. Met deze opstelling wordt wel erg gemakkelijk weggelopen voor lastige vragen over de rol van de staat, de vigerende krachtsverhoudingen, de legitimatie van de gedane suggesties en zowel de praktische vormgeving als de gevolgen daarvan.

In de inleiding van het manifest wordt een beeld geschetst van een ideaal land: een land waarin iedereen die kan werken, werkt en waarin voor iedereen ook uitzicht is op werk, een beschaafd bestaansminimum, zorg, rust, ruimte en ontplooiing. 

Om dat land te bereiken moeten we wel eerst "de naargeestigheid" van ons afslaan. Deze bestaat bijvoorbeeld uit acceptatie van het gegeven dat er nou eenmaal in Nederland twee miljoen kanslozen zijn. Of uit de rechtse redenering dat hebben of grijpen van kansen een 'eigen verantwoordelijkheid' is. Maar naargeestig zijn ook de "linkse behoudzuchtigen" die een systeem in stand willen houden van "bevoogding en disciplinering" en die te weinig oog hebben voor "participatie en emancipatie". Die behoudzuchtigen, dat zijn de 'insiders'. Zij houden een stelsel overeind met "schandelijk" hoge "laagste loonschalen" en "overmatige pensioenopbouw", een stelsel van "paternalisme en kostwinnersdenken". Zij vormen, net als de rechtse afbraakpolitici een obstakel voor de vrijmaking van de 'outsiders'. 

Scandinavisch model

Bij de modernisering van het sociaal beleid kiest het manifest voor een Scandinavisch model. Het Angelsaksische ('ieder voor zich') en het Rijnlandse model ('brede verzorgingsstaat') worden afgezworen. Het eerste is onrechtvaardig, het tweede vastgeroest. Het Scandinavische stelsel, in het bijzonder het Deense, wordt ten voorbeeld gesteld. Dat "combineert een goede inkomensbescherming met een flexibele arbeidsmarkt en een activerend arbeidsmarktbeleid".

Daar moeten we het voorlopig mee doen. En voor het bereiken van een gelukzaliger toestand moeten we vooral "vertrouwen" hebben. Vertrouwen is in dit manifest een centraal strategisch begrip. We moeten de kwetsbaren vertrouwen geven "om ongebruikt talent te benutten" zodat zij zich aan kansloosheid kunnen ontworstelen. En we moeten óók vertrouwen hebben in de bazen van deze maatschappij: 

"Werkgevers onderschatten hun mogelijkheden om de economie te laten bloeien. Wij willen ze stimuleren en steunen."

Soms is “Vrijheid Eerlijk Delen” erg vaag, nergens wordt nagedacht over de grondslagen van de kapitalistische economie en daar waar het wat preciezer wordt dansen de illusies. De beoordeling 'naďef' vanuit vakbondskringen is nog tamelijk vriendelijk…

Inkomenspolitiek

Op het gebied van de inkomenspolitiek presenteert het manifest vier voorstellen. 

In het eerste moeten via progressieve belastingen de inkomensverschillen kleiner worden. "Vooral de laagst betaalde werknemers dienen meer over te houden van hun werk." Hoeveel meer wordt niet exact aangegeven. Ook de middeninkomens, rond de 30.000 euro bruto, moeten het beter krijgen. Hoeveel beter, dat staat er niet bij. Tevens blijft duister hoeveel méér de hogere inkomens aan belasting moeten betalen en wat verstaan moet worden onder 'hogere inkomens'. Alles vanaf die 30.000 euro bruto? Het manifest lijkt bevangen door koudwatervrees om de échte rijken daadwerkelijk te confronteren met hun positie.
 

Het tweede voorstel behelst de afschaffing van inkomensafhankelijke regelingen en de sanering van aftrekposten. Daarbij moet gedacht worden aan de huursubsidie, de hypotheekrenteaftrek, de pensioenaftrek, maar ook aan de spaarloon- en de levensloopregeling. Dergelijke regelingen zijn betuttelend en burocratisch. In plaats daarvan moet het minimumloon omhoog en de premie voor de zorg omlaag. Weer wel inkomensafhankelijk moet de kinderbijslag worden en een studietax voor afgestudeerden. Percentages en bedragen worden wederom niet genoemd. Aan alternatieven zoals een volksverzekering voor de zorg en gratis onderwijs worden geen woorden vuil gemaakt. 
 

Het derde voorstel pakt flink uit in de richting van de 65-plussers en de babyboomers. "Onder deze generatie heeft Nederland een forse staatsschuld en milieuschuld opgebouwd", dus "We moeten 'de prijs van grijs' op de juiste plek neerleggen." 
Daarom: minder vakantiedagen voor de 45-plussers, meebetalen aan de AOW en flexibele pensionering. Behalve de financiële ruimte die dit oplevert en waarvan we mogen hopen dat het de jongeren ten goede komt, is dit voorstel vooral gericht op het stimuleren van langer doorwerken. 
Hoe dit te rijmen valt met de wens om de arbeidsmarkt te openen voor de instroom van jongeren is volstrekt onduidelijk. Terwijl in de grote steden 40 procent van de allochtone jongeren werkloos is, lijkt de bevordering van het doorwerken door ouderen toch wat contraproductief. Klassieke instrumenten om het werk eerlijker te delen, arbeidstijdverkorting en juist meer vervroegde uittreding, komen in het manifest niet aan bod. 
 

Het vierde voorstel wil een andere erfrechtregeling. Ooit stond de socialistische beweging voor het volledig afschaffen van elke erfrechtregeling om de ongelijkheid te bestrijden en als een mechanisme om wat te doen aan het verschijnsel van 'private rijkdom en publieke armoede'. Die gedachte vinden we in het manifest niet terug. Wél wordt er voortgetamboereerd op de tegenstelling 'jongeren contra ouderen' en op de noodzaak om langer door te werken. En zo dobbert het manifest mee in de stroom van hen die eerder een flink arbeidsreserveleger in stand houden dan daadwerkelijk komen tot een aanpak van de werkloosheid.

Gelijke kansen

Het tweede deel van “Vrijheid Eerlijk Delen” gaat over het kansrijker maken van de kanslozen in onze maatschappij. 

Daarbij zijn drie zienswijzen mogelijk. 

Ten eerste, vanuit de optiek dat links, in tegenstelling tot vroeger, met voorstellen moet komen die de mogelijkheid tot participatie van de kanslozen vergroten. 
 

Ten tweede, de oplossing zien als een herverdeling binnen de grote groep werkenden, met vaste of flexibele contracten, en werklozen. Niet alle werkenden met een vast contract hebben echter goede arbeidsvoorwaarden en een goede rechtspositie. Veel werkenden hebben tijdelijk een flexibel contract en komen na enige tijd aan een vast contract. De scheiding tussen outsiders en insiders is dus niet zo scherp als het manifest ons wil doen geloven. We kunnen allemaal van insider outsider worden. 
 

De derde zienswijze gaat na wie op de verschillende, genoemde onderdelen een actieve rol moet spelen en in wiens directe belang de gedane voorstellen zijn. In deze benadering zijn drie belanghebbende groepen te onderscheiden: de overheid, de werkgevers en de werknemers. 
Zeer opvallend is dat geen van de voorstellen spreekt van een direct raakvlak tussen (organisaties van) werkgevers en werknemers. De rol van de overheid is in het stuk cruciaal. Deze moet het leeuwendeel van de te nemen maatregelen op zich nemen. Dit lijkt logisch: als je politiek bedrijft en het accent ligt op het parlement, zijn de pijlen als eerste gericht op het deel waarop je de meeste invloed hebt. 
Maar dit past niet erg in de maatschappelijke trend van de terugtredende overheid en steeds meer afspraken overlaten aan de sociale partners. Het past ook niet bij de in het stuk bepleite individualisering. Als je čcht voor individualisering bent, krijgt het krachtenspel tussen werkgeversorganisaties en vakbonden en de individuele werknemer een grotere rol. De werknemer (als individu of als groep) krijgt voorstellen toegeschoven, waarvan "het opeisen door vrouwen van hun positie op de arbeidsmarkt" nogal versleten klinkt. Hoe dan?

Het voorstel dat de werknemer maximaal één jaar heeft om zelf werk te vinden, in combinatie met een persoonsgebonden re-integratiebudget en het recht op een participatiecontract (werk) na één jaar (de overheid moet hiervoor zorgen), vormt een verslechtering voor de gemiddelde werknemer. Het zijn immers niet de sterksten op de arbeidsmarkt die langer dan één jaar werkloos blijven. In feite leidt dit tot een continu re-integratietraject, werkloos zijn afgewisseld voor een flexibel baantje of een ID-baan in een andere vorm. 

Als je de overheid een grotere rol toekent, kom je bijna onvermijdelijk weer uit op een nieuwe vorm van gesubsidieerde arbeid. Alles bij elkaar niet veel beter dan de huidige re-integratiepraktijk en de ID-banen die deze regering juist wil afbouwen. Sympathiek is het voorstel voor een persoonsgebonden re-integratiebudget. Maar dit past ook in de huidige praktijk. Het vergroot de individuele vrijheid van de werknemer, echter zonder dat het de marktwerking van de re-integratie aantast. Er wordt op dit moment veel geld verdiend aan re-integratie van werkloze werknemers zonder dat dit leidt tot een verbetering van hun positie. Al vaker is gezegd en geschreven dat reďntegratie vooral werkt bij de meer kansrijken op de arbeidsmarkt die slechts een klein duwtje nodig hebben. Waarom wordt er niet voorgesteld om de hele re-integratiemarkt eens op de schop te nemen?

Versoepeling ontslag

Eén van de voorstellen behelst verlaging van de minimumloonkosten voor de werkgevers door belastingverlaging. Dit leidt tot een gedeeltelijk basisinkomen waarvan de laag geschoolde werknemer netto meer overhoudt. 

Het lijkt te mooi om waar te zijn: een win-win situatie voor zowel de werkgever als de werknemer. De vooronderstelling is dat 

"voor werkgevers een flink deel van lager geschoolden niet productief genoeg is om het eigen loon te verdienen". 

Productiviteit wordt hier gekoppeld aan de individuele werknemer. Dat speelt wel een rol, maar voor de werkgever is vooral de productiviteit van de onderneming als geheel van belang. Hoe meten we bijvoorbeeld de productiviteit van het management of van andere werknemers die niet direct in de productie zitten? De verwachting dat werkgevers hierdoor meer banen zullen scheppen, is in het verleden al vaker gelogenstraft als er niet een verplichting aan vast zit.

In veel reacties zijn de voorstellen genoemd voor een versoepeling van het ontslagrecht voor werknemers die nu in vaste dienst zijn en het korter maar hoger maken van de WW-uitkering.

In Aaneen, het blad van ABVAKABO FNV, lichtte Femke Halsema de passages toe over versoepeling van het ontslagrecht. Zij sprak dat er strikte voorwaarden worden gesteld aan deze versoepeling en dat in ruil daarvoor de werkgever de verplichting heeft te zorgen voor ander werk. Bij goede lezing blijken deze strikte voorwaarden echter níet in het manifest te staan. 

De versoepeling van het ontslagrecht moet gezien worden in combinatie met enkele verwachtingen aan het adres van de werkgever, zoals zijn inspanning voor persoonlijke ontwikkeling van de werknemer en hulpverlening bij het vinden van een baan. Hoewel die inspanning en die hulp als conditie gelden voor de versoepeling van het ontslagrecht, is de woordkeuze opvallend: versoepeling van het ontslagrecht is concreet, terwijl de woorden "inspanning" en "hulp" vrijblijvend zijn. 

Waarom wordt niet gesproken van garantie op werk door de werkgevers? Maar praktisch bekeken: straks is de versoepeling van het ontslagrecht een feit, en wie beoordeelt dan of er sprake is geweest van "inspanning" en "hulp"?

Het is interessant door te denken over de mogelijke gevolgen van een versoepeling van het ontslagrecht. Hoe zullen werknemers reageren? Eén van de mogelijke reacties is dat zij - als ze het kunnen betalen - zich zullen bijverzekeren. Dit is een effect dat we al bij eerdere verslechteringen hebben gezien, bijvoorbeeld bij de WAO en misschien straks bij de WW. Dit bijverzekeren drukt weer de loonruimte in de CAO's. Een interessant en nieuw terrein komt braak te liggen voor de particuliere verzekeraars: een nieuwe stap in de uitholling van het collectieve element van de sociale zekerheid.

Onderwijs

Terecht wordt het onderwijs van groot belang geacht. Hiertoe worden voorstellen gedaan over verhoging van de efficiëntie en vermindering van de bureaucratie. Aan de gemeenten wordt een grote rol toegekend bij het tegengaan van segregatie in het onderwijs, bij de bestrijding van schooluitval en de terugdringing van onderwijsachterstanden. Dit zijn taken die veel gemeenten al op zich hebben genomen. 

Het manifest gaat om dit te bevorderen nog een stap verder: gemeenten moeten de rol van de landelijke overheid ten aanzien van het onderwijs overnemen. De vraag is of dit voorstel iets toevoegt aan de verbetering van de bestaande praktijk. Je kunt er het volgende tegenin brengen. De educatiebudgetten voor Nederlands als Tweede Taal (NT2) vallen al jaren onder de gemeenten. Zij betalen nu vaak alleen voor hun eigen inwoners. 

Mag iemand straks dan niet in een andere gemeente op een andere school een opleiding volgen? Bovendien kan dit voorstel vanwege de gemeentegrenzen leiden tot versnippering van allerlei onderwijsvoorzieningen en dus leiden tot juist meer bureaucratie.

In voorstel 14 wordt gepleit voor invoering van de brede basisschool. Daarmee zullen weinigen het op zich oneens zijn. De vraag is of het extra geld voor de invoering er komt en of het dan vervolgens voldoende is. Eerdere ervaringen wijzen anders uit. De uitvoering roept, net als een aantal andere voorstellen, veel vragen op. De deregulering zorgt ervoor dat het basisonderwijs steeds meer zelf verantwoordelijk wordt voor de bedrijfsvoering van de school. Recente ervaringen wijzen uit dat schoolbesturen hierop onvoldoende zijn voorbereid en dat gemeenten hen te weinig ondersteunen.

Het idee van deze brede basisschool wordt vooral gemotiveerd om werken voor vrouwen met kinderen aantrekkelijker te maken. Om dat ook te doen voor vrouwen met kinderen jonger dan vier jaar, lanceert het manifest een voorstel om tevens de kinderopvang meer betaalbaar te maken. Dat moet met behulp van publieke financiering waardoor voor ouders slechts een "bescheiden eigen bijdrage" rest. Ouders moeten een budget krijgen waarmee ze de kinderopvang naar eigen inzicht kunnen regelen. Hoe hoog dat budget is, of dat inkomensafhankelijk is en hoe één en ander wordt georganiseerd, publiek en/of particulier, wordt helaas in het midden gelaten.

Ontspanning

“Vrijheid Eerlijk Delen” voorziet dat we harder en flexibeler moeten werken en studeren. Daarom moet er een ontspannen samenleving komen. Maatregelen buiten het werk zijn natuurlijk goed, maar primair dient de oorzaak van de gespannenheid te worden aangepakt. Een aantal van de voorstellen maakt de zaak alleen maar erger.

Volgens het manifest moet er ruimte komen om werken, leren, zorgen en ontspannen op een eigen wijze te combineren. Hiervoor moeten de publieke voorzieningen klantgerichter werken: persoongebonden budgetten - met de mogelijkheid gebruik te blijven maken van standaard opties als je niet kan of wil kiezen - is daarbij het toverwoord. 

Wat betreft de uitgangspunten wijkt dit weinig af van Balkenendes retoriek. Het resultaat is niet altijd even succesvol. Een tweede punt is meer inspraak bij de stadsvernieuwing, de wijkagent, het beheer van de huurwoning. Heel mooi, maar als je druk bezig bent met baan hoppen, bijstuderen, je 'employability' vergroten, heb je dan nog wel zin met andere zaken bezig te zijn?

Een nationale regeling via de fiscus moet arbeidsduurverkorting aantrekkelijk maken. Zo hoopt GroenLinks oneerlijke concurrentie en een te zware belasting in het midden- en kleinbedrijf te voorkomen. Een kortere werkweek is op zich niet verkeerd, maar er moet toch zeker naar het werkproces zelf worden gekeken. Eigen verantwoordelijkheid in zelfsturende teams leidt tot overbelasting en stress als dit betekent dat je het zelf mag uitzoeken. Dan is er de druk - ook van collega's - om maar zoveel mogelijk uren te maken om de zaak draaiende te houden.

Het manifest wil de levensloopregeling vervangen door betere verlofregelingen. De levensloopregeling is inderdaad een gedrocht, een schaamlap voor de bonden om de demonstranten van het Museumplein tevreden te stellen. Ze is ingevoerd om de overheidssubsidies voor de vervroegde uittreding te verminderen. Het manifest wil het geld voor de levensloopregeling doorsluizen naar kinderopvang, ouderschapsverlof, scholingsverlof en zorgverlof. Hieraan zijn twee dingen vreemd. Kinderopvang heeft niets met recht op verlof te maken. En de keuze om eerder te stoppen met werken wordt nu helemaal onmogelijk gemaakt.

“Vrijheid Eerlijk Delen” wil tevens de arbeidstijden flexibeler maken. Cruciaal in dit voorstel is dat "als werknemers daar zelf voor kiezen" werk buiten de normale werktijden of gedurende de feestdagen mogelijk moet zijn. Zonder toeslagen. Nu is het zo dat een groot aantal werknemers voor ploegendienst kiest. Niet omdat het leuk is, maar omdat er voor hen geen ander werk is en het extra geld van de toeslagen nodig is om rond te komen. Het voorstel gaat daar geheel aan voorbij. Werkgevers dringen al lang aan op afschaffing van de toeslagen. Voor je het weet zitten we ook in de kantoren in twee ploegen te werken, dat scheelt in de kosten. Zo wordt recht makkelijk een plicht.

Zeggenschap

Volgens “Vrijheid Eerlijk Delen” worden de meeste bedrijven en overheidsdiensten centraal en hiërarchisch geleid. Voor sommige (kleine) bedrijven zal dat misschien nog opgaan, maar veel bedrijven en diensten zijn in de jaren negentig gereorganiseerd. Daarbij is een gedeelte van het middenkader weggesaneerd en zijn meer verantwoordelijkheden en taken op een lager niveau gelegd. Dat heeft zowel voordelen als nadelen. GroenLinks gaat volledig voorbij aan de discussie daarover 

(zie < http://www.solidariteit.nl/Dossiers/man.html >, een dossier dat een groot aantal artikelen over dit onderwerp bevat).

Eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid op de werkvloer om de door het management gestelde doelen te halen, leiden eerder tot meer dan minder stress. Bij een vertraging of plotseling meer werk, moet je het zelf maar zien op te lossen. Daarbij komt dat in de meeste organisaties de bezettingsgraad zo 'optimaal' is dat er geen rek meer in zit.

Aan de gevolgen van de eigen verantwoordelijkheid op de werkvloer en de randvoorwaarden waaronder de voordelen groter zijn dan de nadelen, zou aandacht moeten worden besteed.

Het manifest wil vervolgens minder bureaucratie en minder regelgeving. Herhaald wordt wat de VVD al jaren roept. Gezien de fraude en tendensen tot corruptie bij de overheid en het bedrijfsleven is dit niet het moment om te roepen dat iedereen zijn gang moet kunnen gaan. De uitdaging is te ontdekken wat overbodig en wat nodig papierschuiven is.

Opmerkelijk genoeg kiest “Vrijheid Eerlijk Delen” voor een centralistische oplossing bij de pensioenen. Eén centraal pensioenfonds waarbij iedereen verplicht verzekerd is. Een interessant idee, maar de randvoorwaarden zijn niet uitgewerkt. Wie beheert het fonds? Hoe zit het met de AOW? Is een bodempensioen verplicht of moet iedereen dat maar zelf bekijken?

Het manifest sluit af met een passage over de zeggenschap van de vakorganisaties. Het ingewikkelde voorstel om bij CAO-besprekingen iedereen in de sector te laten stemmen over de vertegenwoordigers en over de onderhandelingsresultaten ondermijnt de positie van de vakbonden en de rol die zij kunnen spelen. 

Wellicht is de internetvakbond van de Unie ( < http://www.internetvakbond.nl > ), waarvan je voor 10 euro per jaar lid kan worden, het ideaal? Maar de kans is groot dat door de verdere individualisering van de werknemers de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden alleen maar slechter worden. Voor de formulering van het gezamenlijk belang en het zonodig daarvoor eensgezind in actie komen, is een onafhankelijke, georganiseerde en strijdbare vakbeweging vooralsnog een onontbeerlijk instrument.

Discussie

Over het algemeen is “Vrijheid Eerlijk Delen” niet al te best ontvangen. In de pers, van het Algemeen Dagblad tot en met HP/De Tijd, is het manifest gekenschetst als een ruk naar rechts. De ontvangst in vakbondskringen is al eerder aangeduid. Ook binnen GroenLinks zelf heeft het stuk oppositie opgeroepen. In afdelingen en organen worden vragen opgeworpen. 

Zijn we bezig in het gat van D66 te springen? 

Maken we ons klaar voor een kabinet met de PvdA, CDA en misschien zelfs de VVD? 

Roel Berghuis, bestuurder van FNV Bondgenoten, heeft inmiddels zijn lidmaatschap van GroenLinks opgezegd met als motivatie: 

"Dit zijn waanzinnige voorstellen, die halen de VVD rechts in." 

Tof Thissen, lid van de Eerste Kamer, ziet in het manifest gegronde redenen aan de poten van Femke Halsema als lijsttrekker te zagen. Sommigen leggen een verband met het eind 2005 verschenen boekje “Vrijheid Als Ideaal”, waarin onder anderen Halsema al eerder voor een vrijzinnig liberale koers opteerde. 

Op het landelijk congres van 11 februari jongstleden in Tilburg kreeg de discussie over “Vrijheid Eerlijk Delen” en “Vrijheid Als Ideaal” een nieuwe slinger. Besloten werd dat de tijd nu toch echt rijp is om het beginselprogramma van 1992 te herzien en aan te passen. Dat belooft, met het vooruitzicht van de verkiezingen in 2007, op zijn minst een spannend debat!

 



Start Omhoog