Start Omhoog

Humbug in tbs

Grieven en grenzeloosheid in de kliniek 

Ferdi Pijnboom, januari 2010

Langs deze weg laat ik u weten dat ik besloten heb om met mijn verhaal naar buiten te treden. 

Openheid over tbs 

Mijn voorkeur in deze ging eigenlijk uit naar een persoonlijk interview, omdat ik veel waarde hecht aan de overtuigingskracht van lichaamstaal, maar dit is binnen de regelgeving van het tbs-beleid helaas niet mogelijk. 

Mijn bedoeling is openheid te geven over het (te) machtige tbs-systeem en hoe de tbs-gestelden ten koste van de belastingbetaler onevenredig lang binnen worden gehouden en op verre van objectieve wijze worden blootgesteld aan diverse - vaak infantiele - vormen van behandeling.

Tenzij de deskundigheid, de noodzakelijke personele bezetting en de benodigde expertise voorhanden zijn. Maar aan die laatste ontbreekt het helaas jammerlijk in 'De Kliniek' waar ik momenteel reeds vier jaren verblijf en waar elk redelijk perspectief tot op heden uitblijft.

Waar het beslist niet aan ontbreekt is: 

subjectiviteit, 
tunnelvisie, 
empathieloosheid en 
een veelheid aan regels en voorschriften die volledig mank gaan met de realiteit buiten de muur ... 

Dit alles tegen een vergoeding van ca Ä 350 tot Ä 550 per patiŽnt per dag. Dergelijke exorbitante bedragen versterken natuurlijk de angst bij directie en bestuur van een particuliere instelling voor kritiek uit de samenleving en politiek in geval van een ontsnapping en/of recidive omdat de geldkraan dan wel eens dicht(er) gedraaid zou kunnen worden. Wanneer zulks zich voordoet denkt men dan ook niet anders te kunnen doen dan sancties op te leggen of regels aan te scherpen voor de gehele tbs-populatie, zelfs voor hen die 'buiten' al midden in hun (vaak succesvolle) resocialisatietraject zaten. 

Tbs is oorspronkelijk bedoeld voor 'de allerergste gevallen'. Van lieverlee groeide het aantal tbs-toewijzingen door rechtbanken tot 2008 echter gestaag. Dat dit nu weer afneemt heeft te maken met het feit dat veel advocaten hun cliŽnten tegenwoordig adviseren om niet aan psychologische onderzoeken mee te werken, omdat te vaak is gebleken dat je daarmee je eigen 'doodvonnis' tekent. 

Tbs is erop gericht om de samenleving te beveiligen tegen de tbs-patiŽnt en omgekeerd. De beoogde veiligheid betreft echter een schijnveiligheid, want wie de krant leest kan niet anders concluderen dan dat men bij een consequente doelstelling feitelijk heel Nederland langzamerhand dient te omheinen. 

Bij tbs-patiŽnten worden min of meer in het oog springende karaktereigenschappen welke mogelijk aan een delict hebben bijgedragen tot persoonlijkheidsstoornis verheven en daaruit voortvloeiend tot 'risicofactor' bestempeld en uitvergroot. Dit is nodig om de delinquent (verminderd of geheel) ontoerekeningsvatbaar te kunnen verklaren en derhalve tbs op te leggen. 

Vanaf dat moment wordt een tbs-er overgeleverd aan de arrogantie van de macht, zoals velen het ervaren, en dient hij/zij een van overheidswege opgelegde  dwangbehandeling te ondergaan door een batterij aan 'deskundigen', voor wie het 'voordeel van de twijfel' een welhaast onbekend begrip is. Dikwijls beschikken deze deskundigen - niets menselijks is hen vreemd - over dezelfde opvallende karakterkenmerken als de patiŽnt of zelfs erger, doch zij hebben immers geen delicten gepleegd.

Een opmerkelijk gegeven vind ik altijd dat therapeuten en deskundigen het in een tbs-kliniek (ook wel Forensisch Psychiatrische Instelling genoemd) vrijwel altijd roerend met elkaar eens zijn waar het de diagnostiek en prognosestelling betreft, terwijl wetenschappers en deskundigen 'buiten' vaak over elkaar heen buitelen omtrent de meest uiteenlopende kwesties, voor wie de discussieprogramma's via de media volgt. 

Elke zichzelf respecterende therapeut binnen de tbs zou moeten weten dat een volwassen mens, een voltooid 'product' van genen en opvoeding, in de kern niet meer kan veranderen. Hooguit kan de tbs-er zijn normen en waarden (cognities) en gedrag aanpassen. Elke therapie leidt dus in het gunstigste geval - behoudens bij enkele 'die hards' - tot een (schijn-)aanpassing en niet tot de zo gewenste totale verandering. 

Wanneer er vervolgens door die (schijn-)aanpassing geen delicten meer plaatsvinden dan zou het doel dus eigenlijk bereikt moeten zijn. Of moeten je gedachten en gevoelens ook eerst voldoen aan een opgelegd dictaat? Een utopie?

Mogelijk ligt daar de oorzaak van het gegeven dat ik vanaf deze kliniek in vier jaar tijd nog geen enkele pedoseksueel naar buiten heb zien gaan. Uitgaande van een in de jaren '70 becijferd aantal van ca. 200 ŗ 250 duizend (ook latente) pedofielen kan het nog gezellig worden in de tbs ... 

Mijn eigen verhaal

Ik ben een bijna 60-jarige met een pedofiele geaardheid behepte man die in 2004 in hoger beroep veroordeeld is tot 3Ĺ jaar detentie plus tbs-dwang (verpleging van overheidswege) vanwege seksueel getinte relaties met vijf jongens tussen negen en zestien jaar, welke zich uitstrekten over een periode van twee tot zes jaar. 

Aanvankelijk was het vonnis bepaald op vier jaar gevangenisstraf met tbs-dwang, maar een van de slachtoffers van destijds zestien jaar oud heeft nadien kenbaar gemaakt dat hij zijn verklaring wenste in te trekken. Hij meende dat hij door de recherche onder druk was gezet en dat de getuigen/slachtoffers tegen elkaar waren uitgespeeld. Bovendien waren enkelen van mening dat zij e.e.a. zelf hadden uitgedaagd. Dat laatste is voor mij overigens geen excuus. Tenslotte waren zij minderjarigen die de gevolgen op termijn niet konden overzien en ik de volwassene die na drie eerdere veroordelingen beter had moeten weten. 

Mijn pedofiele voorkeur was voor de rechtbank aanleiding om mij verminderd toerekeningsvatbaar te verklaren. Iets waar ik het, ongeacht een daaruit voortkomende lagere gevangenisstraf, nooit mee eens was. Liever droeg ik de volledige verantwoording met een gevangenisstraf van desnoods tien jaar, maar dan wel zonder tbs. Bovendien mag ik mij verheugen in een bovengemiddeld IQ en een bovengemiddeld empathisch vermogen en was er verder niets aan te merken op mijn maatschappelijk en sociaal functioneren. 

Pedofilie manifesteert zich, zoals alle seksuele- en emotionele voorkeuren, in talloze gradaties en belevingsvormen. Zo had ik zelf weinig op met de prototypes van kinderlokkers en/of verkrachters. Elke pedofiele mens lift echter ongewild mee op de reputatie van zulke egotrippers. 

Om diezelfde reden heb ik in de verlichte jaren '70 gebroken met de toenmalige werkgroepen pedofilie die onder de paraplu van de NVSH naar (zelf-)acceptatie en emancipatie streefden. Er liepen m.i. teveel dubieuze types bij, wier hoogste doel de eigen lustbeleving betrof. 

Ik zag mezelf als iemand die ook de 'lasten' van de omgang met kinderen accepteerde, zoals: opvoeding, schoolbegeleiding, kleding, voeding, probleemoplossing et cetera. De grote fout die ik in de relaties maakte was om de emotionele- en sociale 'afhankelijkheid' die daaruit voortkwam met 'gelijkwaardigheid' te verwarren. Want hoewel relaties daardoor vaak tot in volwassenheid konden voortduren, stond ik er niet of nauwelijks bij stil welke negatieve impact het seksuele component mogelijk op latere leeftijd op de jongens kon hebben. 'Kinderen hebben het goede nog niet afgeleerd en het slechte nog niet aangeleerd', was toen mijn tamelijk naÔeve maar oprechte standpunt.

Weliswaar heb ik tot op de dag van vandaag nog steeds een hechte vriendschap met een van mijn, inmiddels 40-jarige, slachtoffers, maar toch: Een zwaluw maakt nog geen lente. Twee anderen hadden mij eveneens in de tbs willen blijven bezoeken. Dat werd door de kliniek echter verboden. 

Deze jongens waren op dat moment achttien en negentien jaar oud. Ik realiseer mij thans dat, zelfs al zouden de jongens in kwestie op termijn geen last krijgen van een (seksuele-) identiteitscrisis of schuld- en/of schaamtegevoelens e.d. als gevolg van het seksuele element in de relaties, dan nog blijft er in veel gevallen sprake van blootstelling aan de ouderlijke boosheid en frustraties over hun zwijgzame kind, alsmede aan de commotie in de leefomgeving van het slachtoffer na ontdekking van het grote geheim. 

In alle gevallen is het de verantwoordelijkheid van de pedofiele volwassene die het immers zover heeft laten komen. Vandaar dat ik na intensieve introspectie en zelfkritiek tijdens mijn verblijf in tbs tot de overtuiging ben gekomen dat als je echt van kinderen houdt, dan blijf je met je tengels van hen af! 

Deze stelling doet echter niets af aan de mij al sinds mijn veertiende jaar bewust zijnde pedofiele geaardheid. Een redelijke dosis zelfbeheersing kan mij echter, op gevaar af dat zulks niet parallel loopt met de indrukken in het justitiedossier, niet worden ontzegd. Meestentijds heb ik mijn deviante voorkeur platonisch beleefd. En als er iets is dat ik met grote stelligheid mag beweren, dan is het wel dat ik nooit en te nimmer fysieke of psychische dwang heb toegepast. Ik wilde geen kinderen bewust shockeren of beschadigen als ik geen juiste inschatting meende te kunnen maken omtrent hun "vrije" wil. 

Toegegeven: ten aanzien van de genoemde "vrije" wil van een tien- of elfjarige heb ik mijn cognities intussen ook aan de realiteit aangepast. Toch denk ik dat mijn houding in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de duurzaamheid van bedoelde vriendschappen. Kortom en per saldo: het was niet goed. De ongelijkwaardigheid en het seksuele aspect in de vriendschappen waren niet goed.

Een kind moet kind kunnen zijn en heeft een eigen ontwikkelingsniveau en -tempo. Ik had vanuit mijn emotionele binding met kinderen eveneens veel voor hen kunnen betekenen als ik de seksuele gevoelens t.b.v. het hogere doel zou hebben onderdrukt en zou dan eveneens gelukkig zijn geweest! Dat lijkt moeilijk maar is niet onmogelijk als je over de juiste cognitieve vaardigheden beschikt.

Dit is zoals ik er nu over denk en ook regelmatig uitdraag. Ik wil in de toekomst absoluut geen herhaling van mijn verleden en niemand meer met de gevolgen van mijn handelen opzadelen. 

In zoverre is de tbs-behandeling geslaagd en de doelstelling bereikt, zou je denken. Helaas, niets blijkt minder waar in De Kliniek. 

De 'behandeling' 

Als ik een ding heb geleerd over het hier gevoerde beleid, dan is het wel dat het uitgevoerd wordt door therapeuten en een management die hevig gebukt gaan onder een zekere beroepsdeformatie, welke mogelijk is veroorzaakt door veelvuldige confrontatie met de zelfkant van de samenleving, waar men overigens zelfvoor heeft gekozen. 

Het is echter een kwalijke zaak als dit resulteert in 

een professioneel narcisme, 
een starre visie gebaseerd op forensische dogma's
een gebrek aan objectiviteit bij recidiveprognoses en 
het ontbreken van empathie en maatschappijgerichte realiteitszin. 

Verder lijkt er sprake van 

selectieve verontwaardiging en 
onprofessionele willekeur c.q. 
delict-afhankelijke vooringenomenheid. 

Welnu, enkele concrete voorbeelden uit de forensisch klinische praktijk

1. 'Slachtoffer' en 'dader' 

Hoewel ik in maart 2006 al na 2 weken werd overgeplaatst van de inkomsten/observatieafdeling naar een minder beveiligde doorstroom/behandelafdeling, begonnen de weinig met 'behandeling' van doen hebbende irritaties al snel. 

Ik kon het goed vinden met een andere patiŽnt met een geweldsdelict op zijn canto die nota bene in zijn jeugd slachtoffer was van (ernstig) seksueel misbruik. We kregen begrip voor elkaars standpunten en problematiek en steunden elkaar daarin. 

Echter: een slachtoffer en een dader die elkaar zo goed verstonden ... ? Dat kon natuurlijk niet in de optiek van de therapeuten en dit vormde mede de aanleiding dat ik naar een andere kamer in een net opgeleverde slaapunit werd overgeplaatst. Tja, soms lijkt 'behandeling' op het maken van een legpuzzel met behulp van een hamer...

2. Een ziekelijke vraag? 

Toen ik voor eerdergenoemde overplaatsing zelf al om een ruimere kamer op dezelfde afdeling had verzocht, werd dit verzoek afgewezen. De reden: het bed op die bewuste kamer was daarvoor beslapen geweest door een jongeman van rond de twintig! En dat zou wel eens de drijfveer geweest kunnen zijn van mijn verzoek, nietwaar? Over wie zegt zo'n uitlating feitelijk meer? (Vraag: Wie lijkt er nu 'ziek' ... ?) 

3. Te sympathiek 

PatiŽnten met een gelijksoortig delict mocht ik van enkele sociotherapeuten en de psychiater niet betitelen als  'gevoelsgenoot'. 

(Andere therapeuten gebruikten die term overigen zelf ook) 

Beter ware: 'mede-pedoseksueel of 'mede-dader' (al p1eegde ik mijn delicten uiteraard geheel zelfstandig ... ). Het woord 'gevoelsgenoot' vond men te sympathiek, te maskerend klinken. Dat de gevoelens die aan een dergelijk delict vooraf gingen meestal overeenstemmen deed daar in hun optiek niets aan af.

4. Svp spoed ... en een jaar wachten 

Bij mijn eerste verlengingszitting in 2007 was de rechtbank wat minder volgzaam t.o.v. de kliniekvisie dan bij de recente tweede verlengingszitting in november 2009. In 2007 maande de rechter de kliniek tot enige spoed, mede gezien mijn leeftijd en opdat ik niet teveel van de samenleving zou vervreemden. 

Mijn hoofd-behandeling deelde vervolgens mee dat hij nog gesprekken met mij op het oog had in het kader van de 'delictscenario-procedure', welke met twee psychologen gevoerd zouden gaan worden. 

Deze zouden drie ŗ vier maanden in beslag gaan nemen en nog iets kunnen toevoegen aan de analyse van de aanloop (gedachten & gevoelens) naar het delict. Iets anders dus dan: 'Je ontmoet een leuke jongen, maakt een babbeltje, het 'klikt' en je nodigt hem eens bij je thuis uit als hij dat zelf al niet deed.' 

Na de zitting moest ik een jaar wachten eer de sessies aanvingen. Vervolgens duurde de therapie geen drie ŗ vier maanden maar een vol jaar, terwijl de eindevaluatie nu - januari 2010 - nog steeds moet plaatsvinden. Talloze malen kwamen de sessies vanwege dringender aangelegenheden, afwezigheid of ziekte te vervallen. Kortom: door chronische onderbezetting.

5. Onmacht, 'dus' afdelingsarrest 

In 2008 startte ik een beklagzaak vanwege de veelvuldige urine/drugscontroles terwijl ik geen drugsverleden heb of drugsgerelateerde delict(en) heb begaan. Bij mij komt daar nog eens bij dat ik niet of nauwelijks in staat ben om onder toezicht te urineren, tenzij ik een enorme druk (volle blaas) opbouw. Dat laatste conflicteerde dan weer met een vroegere nierbekkeninfectie, zodat de zogeheten  UDS-pogingen nogal eens mislukten en vervolgens resulteerden in afdelingsarrest. Een keer was dat vier maal in een week voorgekomen. Ik heb de beklagzaak in hoger beroep gewonnen.

6. Oei! Iemand met een eigen mening!

Een vriendin van mij heeft een eigen mening en draagt die ook uit. Zo verklaarde zij ooit zelf in haar jeugd seksueel te zijn misbruikt, maar daar geen vervelende gevolgen aan te hebben overgehouden. Ook dit komt voor. Hoewel ze mijn delicten afkeurt, heeft zij in het verleden twee maal twee van mijn slachtoffers ontmoet en kreeg bij die gelegenheid allerminst de indruk met twee timide beschadigde knapen van doen te hebben. Maar goed, dat was toen.

Fout, fout, fout! Zulke indrukken kun je in de tbs hooguit denken, niet uitspreken! Voor de kliniek was dit een reden om haar te toegang te ontzeggen en het bezoek van iemand die ik bijna twintig jaar kende te verbieden. De kliniek was van oordeel dat haar mening mijn behandeling negatief zou beÔnvloeden. Ook deze hieruit voortvloeiende beklagzaak heb ik in hoger beroep gewonnen.
Het verbod miste elke rechtsgrond. 

7. Gebrekkig inzicht 

De behandelstaf is van mening dat mijn inzichten omtrent mijn daderschap nog steeds te gebrekkig zijn. Vermoedelijk baseert men dat op mijn (oprechte) uitspraken dat ik ten tijde van mijn daderschap nimmer enig signaal van slachtofferschap oppikte. Dat zegt dus mets over mijn huidige standpunt dat mogelijke onzichtbare schade zich wel degelijk op termijn alsnog kan openbaren en ik aldus te allen tijde 'dader' van seksueel misbruik was, omdat het effect daarvan nooit vooraf inschatbaar is. 

Toch krijg ik niet het vertrouwen van mijn hoofd-behandeling om een resocialisatietraject-met-verlof in te gaan. Het behandelklimaat drijft op angst en verantwoordelijkheid nemen is moeilijk ...

8. Angst en schijnaanpassing 

Bij mijn verlengingszitting in november 2009 vorderde de Officier namens de kliniek twee jaar verlenging van mijn tbs. Mijn hoofd-behandeling beweerde, zonder dit overigens te onderbouwen, het volgende:

  1. dat hij mij geen verlof toekende uit angst dat ik mij, eenmaal 'buiten', onmiddellijk met 'grooming' zou gaan bezighouden ( ... ), 
     
  2. dat ik niet over een adequaat netwerk beschik, omdat dit er toe neigt mij te verontschuldigen. 
     
    (Nee, zij hebben er alleen geen vrede mee dat ik na bijna zeven jaren nog steeds binnenzit, waardoor er zelfs al iemand begon te vrezen dat ik misschien iemand had omgebracht. .. ) en
     
  3. dat hij mij verdenkt van 'schijnaanpassing'. 
     
    (Dit is in het licht van de doelstelling van tbs - het niet meer plegen van delicten - onjuist. Welbeschouwd echter is elke aanpassing, het woord zegt het al, een onechte verandering oftewel een schijnaanpassing ... ) 

Forensische deskundigen streven schijnbaar naar een volledige intrinsieke revolutie in persoonlijke gevoelens en gedachten. Maar dan zou ik eerst van mijn pedofiele aanleg genezen moeten worden en daarover zijn alle wetenschappers het inmiddels wel eens dat dit onmogelijk is. Alle devianten dan maar opbergen? 
Want de brandstapel is uit de tijd.

9. Begrip maar geen perspectief

Tijdens gesprekken (weekevaluaties) met mijn afdelings-sociotherapeuten onder vier ogen kreeg ik echter steeds vaker begrip en bijval voor mijn visie en standpunten. Daarbij werd ook opgemerkt dat zij mij wel het vertrouwen zouden durven geven voor een verlofstatus, terwijl een enkeling zelfs verklaarde dat ik al 'buiten' had gelopen als het aan haar/hem had gelegen. 

Verder mocht ik horen dat ik als geen ander veel tijd en energie in mijn behandeling stak en derhalve juist niet uitgeruild diende te worden naar een andere kliniek voor een tweede behandelpoging ( ... ). 

Omdat elk perspectief uitbleef verzocht ik op 30-6-2009 nota bene zelf om overplaatsing naar een door mij geprefereerde kliniek, hetgeen door mijn hoofd-behandeling en vervolgens door Den Haag werd afgewezen.

(Mijn voorkeur voor die heeft niets te maken met hun voortvarende Tegen Betaling Seks beleid voor geselecteerde patiŽnten, doch alles met het gegeven dat daar een specifieke expertise in huis is t.a.v. zedendelinquenten en er wat genuanceerder met de materie wordt omgesprongen dan elders.) 

Drie maanden later kwam mijn hoofd-behandeling met het voorstel om mij toch een ruiling aan te bieden. Maar of het dan de door mij gewenste kliniek werd kon hij niet
garanderen. Er zijn immers zo'n twaalf forensisch-psychiatrische klinieken in Nederland en dus ...

(Ruiling is in deze angstcultuur vrij gebruikelijk als er verantwoordelijkheid genomen moet worden.)

10. Behandelbespreking 

Dan is er in januari 2010, na drie maal te zijn uitgesteld (zie 4e punt, laatste alinea), mijn zoveelste halfjaarlijkse behandelbespreking. Daags ervoor was de traditionele nieuwjaarsbrunch op het centrale binnenplein die, zoals altijd, perfect bleek. Bij die gelegenheid hield de directeur een speech, waarbij ik voor de inmiddels vierde maal te horen kreeg dat iedereen recht heeft op een eerlijke tweede kans.

Ik zat aan tafel naast een medebewoner die in afwachting is van een herziening van zijn zaak bij de Hoge Raad en een (volgens zijn zeggen) interessante schadeloosstelling tegemoet ziet. Hij vertelde een huis in Thailand te bezitten waar hij zich, gezien zijn leeftijd en gezondheid, later kon terugtrekken. Aangezien ik dertien jaar geleden eveneens het genoegen mocht beleven om dat land te bezoeken - mijn broer zou op de Filippijnen in het huwelijk gaan treden, dus ik was als getuige 'nu toch in de buurt' kwam het gesprek op alle toeristische hoogtepunten die toen veel indruk op mij maakten. 

Uiteraard ken ik de reputatie van o.a. Thailand als bestemming voor in seksuele nood verkerende mannen van verscheiden allooi, maar (a) is dat nooit mijn intentie geweest en (b) is Thailand gewoon een schitterend land met een uiterst vriendelijke, overwegend boeddhistische bevolking. Het hoofd-behandeling zat echter twee stoelen van ons verwijderd en luisterde mee. Geen probleem, hoewel... 

Een behandelbespreking vindt plaats in een intimideerde omgeving met allemaal betweters, iets wat door elke tbs-patiŽnt wordt verafschuwd. Het is een (woorden)strijd die je bij voorbaat nooit kunt winnen. Een tegen allen, allen tegen een. 

Bij mijn behandelingsbespreking werd door het hoofd-behandeling de toon gezet door te melden dat een onderwerp als Thailand voor mij natuurlijk niet kan. Uiteraard begonnen mijn tenen onmiddellijk te krullen, want daar werd maar weer even nogal wat geÔnsinueerd met zo'n typisch voorbeeld van de door mij zo gevreesde forensische dogma's. Ze hadden mij op de kast en het hoofd-behandeling gaf ruiterlijk toe dat hij dat expres had gezegd om aan te tonen hoe snel ik op dergelijke delictgerelateerde opmerkingen reageerde, waarmee bewezen is dat ik er helemaal nog niet klaar voor was. 

Daarna kwam mijn afdelingscoach aan het woord en zij beweerde dat ik weliswaar veel tijd, energie en motivatie in mijn behandeling stak, maar dat ik er naar neigde om om de hete brij heen te draaien en nogal eens verbaal agressief kon zijn wanneer er gevoelige zaken aan bod kwamen. 

Aangezien ik juist al geruime tijd zeer openhartige gesprekken met de afdelingsstaf voerde - hetgeen door hen ook dikwijls onder vier ogen bevestigd werd - kwam deze opmerking op mij over als een messteek in de rug. Omdat ik het niet herkende vroeg ik om een voorbeeld van een situatie, onderwerp of tijdstip. 

U raadt het al, het bleef doodstil en de therapeute verkleurde enigszins, waarna het gesprek weer door het hoofd-behandeling werd overgenomen met de opmerking dat dezelfde constateringen ook wel min of meer bij de gesprekken in het kader van de delictscenario-procedure waren gedaan, waarvan ikzelf dus nog immer geen eindevaluatie had gekregen. Makkelijk scoren zo, nietwaar?
Ais je met z'n zessen of meer op een konijn gaat schieten is het altijd raak!

Vervolgens kreeg ik enkele onontkoombare complimenten voor werkhouding, ijver, correct financieel gedrag, persoonlijke verzorging en sociale vaardigheden e.d., om daarna weer zoveel mogelijk onvolmaakte krentjes uit de pap te zoeken waarmee ik bleef voldoen aan de criteria van het zo aanbeden subjectieve kadertje dat om mij geplaatst lijkt te zijn. 

Per saldo wil men de ruiling naar een andere kliniek gewoon doorzetten en mij geen resocialisatie aanbieden. Ik had dus wel heel erg gelijk met mijn sceptische reactie op de speech door de microfoon een dag eerder. 

Ik stelde mijn hoofd-behandeling voor om mij dan maar gelijk voor long stay aan te bieden, want ik trek het niet meer om elders nogmaals van voor af aan te beginnen na zeven jaar 'afzondering' van familie, vrienden en bekenden en een normaal leven. 

Na de behandelbespreking heb ik een uurtje af zitten koelen op mijn kamer om geen ondoordachte dingen te doen of uit te spreken waar ik later spijt van zou kunnen krijgen. Daarna ben ik mijn afdelingsstaf gaan mededelen dat ik de meeste van hen laffe jaknikkers vond, door suggestieve uitspraken te doen zonder deze geloofwaardig te onderbouwen, of zoals de ander deed, helemaal te zwijgen. Want er zat nog iemand van mijn afdelingsstaf bij, die mij in onderlinge gesprekken meerdere malen te kermen gaf dat ik mij als geen ander in mijn behandeling verdiepte en daarom juist niet overgeplaatst zou moeten worden. Hij wilde zich daar zelfs sterk voor maken. 

Ik voelde mij na alle eerdere positieve gesprekken met de staf, tijdens deze behandelingsbespreking dus behoorlijk in de steek gelaten. Verder heb ik aangegeven dat ik met onmiddellijke ingang stop met alles wat onder het etiket 'behandeling' schuil gaat. Wat heb ik tenslotte nog te verliezen? Het schijnt immers niet uit te maken wat ik zeg of doe. Ik doe het bij voorbaat niet goed. Deze keer zou ik er mee naar buiten gaan treden. 

Een terugblik 

Ik weet dat ik absoluut fout en verwijtbaar gedrag heb getoond waar ik oprecht spijt van heb. Zowel naar de slachtoffers toe als naar hun ouders. Maar in de tbs-kliniek dreigen de forensische wetenschappers de waarheid te veel naar de theoretische kennis van zaken te verbuigen. Ik ben echter een pragmaticus, die zichzelf, mea culpa, ervaringsdeskundige mag noemen. Ook als ik de roze bril afzet. 

Waar ik persoonlijk echter zo'n moeite mee heb is wanneer ik op tv in Teletekst lees dat er tussen januari en november 2009 maar liefst 1300 kinderen in ziekenhuizen zijn beland als gevolg van (zwaar) lichamelijk letsel door toedoen van de eigen ouders, dat is dus 130 (!) kinderen per maand, dan begrijp ik nooit dat de media dagenlang bol staan van emotie na -  hoe erg ook - een ontuchtzaak. 

Is het dan toch de seks die op dubieuze wijze tot onze verbeelding spreekt en waarmee we misschien onze eigen verwerpelijke fantasieŽn of gedragingen kunnen vergoelijken, dan wel camoufleren? 

Het is naÔef om te denken dat mijn slachtoffers stuk voor stuk wilsonbekwame 'onschuldige' jongens waren, die zich onwetend onderwierpen aan mijn manipulatieve vaardigheden. Wie dat als uitgangspunt neemt is niet (meer) van deze planeet. 

Met nadruk wil ik stellen dat ik dit niet ter verdediging aanvoer om mijn verantwoordelijkheid als volwassene te bagatelliseren. De dingen liepen echter zoals ze liepen en zoals ik ze heb verwoord. Nee, ik was geen slecht mens. Ik was een goed mens die ook slechte dingen heeft gedaan. En daar zit het vol mee op deze aardbol heb ik altijd begrepen. 

Een van de grootste minpunten van een tbs-behandeling is de 'noodzaak' om tientallen, nee honderden keren hetzelfde delict en de toedracht daarvan te herhalen. Terwijl je zelf juist, het licht eenmaal gezien hebbende, de blik op een nieuwe delictvrije toekomst en die veelgeroemde eerlijke tweede kans wilt richten. Waarom zou je na de nodige analyses, zelfkritiek en herzieningen in je cognities toch altijd maar diezelfde ouwe koe terug in de sloot duwen? Ik herinner mij opeens de spreuk: "Tijd is geld" ...

Vriendschap en wraak 

Een kleine anekdote wil ik u met onthouden. Om te benadrukken hoe sterk de theoretische inzichten kunnen verschillen van de realiteit in de praktijk en tevens om de beweringen van sommige deskundigen te ontkrachten dat ik gebeurtenissen en conclusies zo vaak buiten mezelf leg: 

Een van mijn destijds tienjarige slachtoffers - laat ik hem voor het gemak Larry noemen - sprak mij samen met zijn broertje op straat aan met een simpele vraag. Als opportunist stuurde ik met mijn antwoord aan op een gezellige babbel. Dezelfde dag maakte ik kennis met hun moeder. Weliswaar zag ik daar in dit stadium tegenop maar daar stuurden zij nu op aan. Dezelfde week nog noemden zij mij hun vriend en vroegen zelf of ze nu ook eens mochten komen logeren. Angst, schaamte of enig vooroordeel leek hen volkomen vreemd. Toch bekende Larry mij enige tijd later dat hij nachtmerries en bange gedachten had gehad 

"dat je zo iemand was die eerst heel aardig zou doen, om ons vervolgens iets heel ergs aan te doen".

Larry is nu 22 en probeert een zangcarriŤre van de grond te krijgen. Die wens was geboren toen hij op zijn elfde verjaardag een eenvoudig karaoke-apparaat van mij kreeg, omdat hij de hele dag liedjes van Andrť Hazes door mijn huis galmde. Als de kliniek er geen stokje voor had gestoken zou deze vriendschap bijvoorbeeld nog hebben bestaan. Overigens hebben deze jongens zich (en mij?) gewroken op degene die de aanklacht primair op gang had gebracht. 

Hoe en wie kan ik hier uiteraard niet vermelden. Ik was het er niet zo mee eens, maar had daar vanuit het HvB geen vat op. De jongens noemden het "een koekje van eigen deeg", aangezien deze aangever er voor gekozen had om voor eigen rechter te spelen door mij voor mijn arrestatie met een aantal louche vrienden te mishandelen. Het was mede door dit soort acties dat ik toen wel eens placht te zeggen:

"De meeste pedofielen beschadigen misschien niet eens zozeer het kind in kwestie, maar eerder de gefrustreerde ouder(s), zo lijkt het. Die ervaren het als een inbreuk op hun persoonlijke integriteit". 

(Wist u trouwens dat de kans dat een kind slachtoffer wordt van een zedenmisdrijf wereldwijd vele malen kleiner is van huiselijk geweld, ziektes, oorlogen, of het verkeer ... ? Selectieve verontwaardiging wordt met die constatering een interessant fenomeen.)

De 'experts' 

Er is in een kliniek als deze sprake van een onrustbarend personeelsverloop. Soms is dat omdat de jonge afgestudeerde hbo'ers een job in de tbs als springplank gebruiken naar een plezieriger werkomgeving, maar het aantal 'overstappers' dat het gewoonweg niet eens is met het alhier gevoerde tbs-beleid is aanzienlijk. Dat blijkt wanneer deze werknemers m/v dit, daags voor vertrek, alsnog aan de patiŽnten durven te erkennen. Ook voor hen geldt immers: 'het is slikken of stikken'. 

Je mag er alleen maar naar kijken 

Ik beŽindig mijn uitvoerige verslag en aanklacht met een metafoor m.b.t. het recidivegevaar:

Wanneer ik verkondig dat ik het Oranjeappelboompje uit de nachtschadefamilie een leuke plant vind die prachtige bessen voortbrengt, wil dat niet zeggen dat ik de bessen wil gaan plukken, wetende dat ik er eerder reeds drie maal  misselijk en eenmaal doodziek van ben geweest ... tenzij ik lijd aan niet-aflatende zelfdestructieve neigingen.
Daar hoef je toch niet voor te hebben gestudeerd om dit in te kunnen voelen?
Nee, dan zal ik mij voortaan moeten beperken tot de constatering:
"Goh, mooie plant eigenlijk ..."

Waar het hart vol van is ...

Ik had mijn relaas beknopt willen houden. Zie hier het resultaat: een schoolvoorbeeld van pleonasme. Het staat u uiteraard vrij naar believen en waar nodig in te korten, zolang de kern van de zaken maar niet wordt aangetast. Maar waar het hart vol van is daar loopt de pen (bij mij althans) van over ... 

Met vriendelijke groet,

Ferdi Pijnboom, januari 2010

Start Omhoog