Rinskje Koelewijn, NRC 25 januari 2005
Waarom bekent een verdachte iets wat hij niet
heeft gedaan? Cees B., gestraft voor de parkmoord, legde een valse bekentenis af
en ging de gevangenis in.
[...]
Cees B. hééft bekend tegen de politie. Maar waarom? Waarom bekent iemand een
moord terwijl hij het niet heeft gedaan? Dat lijkt op het eerste gezicht
onmogelijk, zegt Hans Crombag, emeritus hoogleraar rechtspsychologie van de
Universiteit Maastricht. Maar onder zware druk kan het voor iemand beter zijn om
tegen de politie te zeggen: ja, wat u zegt is waar, ik heb het gedaan.
,,Misschien denkt hij nog, ik zeg dit nu, ik herroep het later wel. Maar dát kan niet meer. Als de bekentenis er eenmaal staat, is er geen weg meer terug.''
Peter van Koppen, hoogleraar rechtspsychologie in Amsterdam (VU) en Maastricht, schreef een boek over de moord op Nienke. Hij beweert al twee jaar dat Cees B. de dader niet kán zijn. Hij zegt:
,,Je kunt iedereen alles laten bekennen, misschien met uitzondering van James Bond.''
Cees B. werd al een half jaar verhoord, eerst als getuige, later als verdachte. Van Koppen:
,,Zo'n man zit 23 uur per dag in zijn eentje op cel. Hij mag met niemand praten, geen tv, niks lezen. En dan komen er twee vriendelijke verbalisanten die even met je willen praten. Zo iemand gaat door de knieën, of hij het nu gedaan heeft of niet. In de verhoorkamer zelf hoef je daar niet zoveel aan bij te dragen.''
Crombag:
,,Het verhoor hoeft niet per se hardhandig gedaan te worden. De omstandigheden, de isolatie zijn vaak al genoeg. Of het gaat met het zachte lijntje, zo van 'we snappen het best dat je het gedaan hebt, wij vinden het ook heel beroerd'. De verdachte mag uithuilen op de schouder van de politieman die de facto zijn vijand is.''
Een van de technieken die bij Cees B. is
gebruikt, zegt Van Koppen, is het imaginatieverhoor. Niet: wat deed u in het
park. Maar: hoe denkt u dat de dader het heeft gedaan?
Cees B. was de man die de kinderen ontdekte en het alarmnummer belde. Hij is
eerder veroordeeld voor kindermisbruik. Elke namiddag, na zijn werk, liep hij in
het Beatrixpark op zoek naar kinderen die hem voor geld diensten wilden
verlenen.
Van Koppen:
,,Maar het feit dat hij pedoseksueel is, wil niet zeggen dat hij de moord pleegde. De politie is er meteen van uit gegaan dat hij hun man was.''
Sinds de jaren tachtig is er veel onderzoek gedaan naar valse bekentenissen. De wetenschappers Kassin en Wrightsman onderscheiden drie typen bekentenissen. De vrijwillige, de gedwongen en de ingebeelde valse bekentenis. Van Koppen:
,,Bij elke grote zaak zijn er wel een paar gekken die zeggen dat ze het gedaan hebben, dat is een bekend fenomeen.''
Bij de laatste, de ingebeelde bekentenis, kunnen
eigenschappen van de verdachte van invloed zijn. Volgens Van Koppen is Cees B.
een zachtmoedige man, een onsuccesvolle pedoseksueel, die misschien wel wroeging
had over zijn geaardheid en daarom bekende.
Hoe het ook gegaan is, Cees B. heeft uiteindelijk tegen de politie gezegd: ik
heb het gedaan. Maar, zeggen Crombag en Van Koppen, dat is géén bekentenis.
Van Koppen:
,,Zijn verhaal week op belangrijke punten af van de verklaring van Maikel, het vriendje van Nienke. Het kon niet kloppen. Maar de politie heeft niks gecheckt.''
[...]