Dr Frans E.J. Gieles, augustus 2005
De Ama-camupssen in Vught en Deelen zijn mislukt en gesloten. Dit zat er in. Ik schreef er al over als 'een methodische blunder'. Er werd een volkomen verkeerde methodiek gebruikt, overgenomen van de Glen Mills School, die voor een totaal andere doelgroep is bestemd. Na een kennelijk niet zelfkritische evaluatie ging men toch nog een jaar door. Inmiddels waren er zoveel problemen, conflicten en weglopers - altijd een signaal dat je methodiek niet deugt - dat de zaak vanzelf vast- en leegliep.
|
"Wat een rare toestand, die campus. Een
experiment uitvoeren met merendeels getraumatiseerde kinderen, daar kun je
natuurlijk al je vraagteken bij zetten. Net als bij de opvatting dat deze
kinderen gedisciplineerd zouden moeten worden, en dat dat zou lukken met al
dat gekunstelde gedoe met groene en rode uniformen en zo. Maar wat ik echt
wreed vond [...] was de knulligheid waarmee dat gebeurt. [...]. | |
|
"Wachten. Altijd maar wachten. Een
leven lang wachten op een uitzichtloze toekomst" (Jean, bewoner van
campus Deelen). | |
|
Ama-campus in Vught sluit
wegens gebrek aan succes; Trouw, 6 november 2004 | |
|
'Ama-campus is mislukt' ; 0-25,
maart 2004 | |
|
Ama-kampen betiteld als
mislukking; De Stentor 29 januari 2004 |
Er zijn slechts enkele ama's teruggekeerd, de rest is elders ondergebracht of in de illegaliteit ondergedoken - lees: goeddeels in de prostitutie. Nieuwe kinderen kwamen aan, al dan niet met hun gezinnen. Het gaat niet goed met ze. Onder het beschamend mallotige beleid kunnen ze niet floreren. Ze geraken massaal in de depressie en andere problemen - en in de prostitutie en onzichtbare illegaliteit.
De meest cruciale fout is dat de kinderen niet als persoon worden gezien maar als verlengstuk van de ouders. Hun situatie, hun verhalen en hun innerlijk tellen niet mee in de procedure.
|
'Laat kinderen meetellen in de
asielprocedure'; Dorien Pels, Trouw 11 mei 2005: |
De grens van achttien jaar is een volkomen kunstmatige grens die bovendien een enorm verschil impliceert. Tot de fatale dag van de achttiende verjaardag is er in zekere mate opvang, nadien is er ineens alleen maar de terugkeer. Geen jongere is op zijn achttiende verjaardag ineens volwassen; volwassen worden duurt al snel van pakweg zestien tot 28 jaar, weet elke ouder. Geen ouder zal zijn kind op die dag plotseling volkomen loslaten en wegsturen.
De staat doet dit wel. 'De staat', dat zijn ambtenaren die bureaucratisch denken: 'achttien jaar is achttien jaar, dat is de grens, zo is de regel, daar houden we ons aan'.
Dit moet zijn gevolgen hebben tot in lengte van jaren voor die achttiende verjaardag. Het vooruitzicht terug te moeten overschaduwt de gehele jeugd van de ama's. Perspectief zien is cruciaal voor gezonde ontwikkeling - maar dit perspectief werkt in tegengestelde richting. De gevolgen liegen er niet om.
Aldus Dorien Pels in Trouw van 7 mei 2005. Zij spreekt met Joost Boland, therapeut en de man achter de serie 26.000 gezichten, die door het ministerie zo is tegengewerkt: het publiek mocht het gezicht achter het nummer niet zien, niet beseffen dat er een menselijk verhaal achter steekt.
"Die kinderen die vijf jaar of langer met hun ouders hier wachten op een status, verpieteren, letterlijk." [...]
"Je ziet die kinderen zich langzaam terugtrekken. Ze lachen nog wel, maar het doet allemaal doods aan. Jonge kinderen die echt niet meer willen. Het is heel eng om te zien en ik kom het in de gewone jeugdzorg nooit tegen."Dit jongetje is murw gebeukt. Hij heeft angst voor de toekomst, voelt zich niet welkom."
Hij wijst op de vroege trauma's die vrijwel al deze kinderen - al al zeker de ama's - hebben opgelopen. Hij wijst op hun situatie: apartheid, armoede, ruimtegebrek, zorgelijke, gestresste en angstige ouders. De ouders brengen een angstwekkend beeld van het land van herkomst naar voren - en dat is dan het toekomstperspectief.
"De kinderen groeien op in de angst dat ze ernaar terug moeten."
"Wij hebben een brief geschreven aan het ministerie, dat volgens ons een kind van die leeftijd niet in staat is een posttraumatische stress stoornis te simuleren. Maar die brief wordt als niet ter zake doende terzijde gelegd."
Ook de vertrouwensartsen hebben een brandbrief gestuurd aan het ministerie: jarenlange stress door onzekerheid en angst hebben enorme psychische en medische consequenties. Geen overheid die er naar kijkt; die kijkt alleen naar het vluchtverhaal van de ouders; de kinderen zijn een vergeten groep. De artsen kregen nog geen antwoord op hun brief (Trouw 7 mei 2005).
Veel jongens verdwijnen in de illegaliteit. Ze laten zich niet naspeuren en interviewen of onderzoeken. Ze zijn onzichtbaar geworden en we kunnen slechts raden nar hun mate van 'welzijn'.
Veel meisjes verdwijnen in de prostitutie. Daar zijn sommigen nog te bereiken, bijvoorbeeld door Scharlaken Koord, dat straatwerk onder hen doet, onder andere in de Bijlmer. De meisjes zijn zeer kwetsbaar, hebben taalproblemen, zijn afhankelijk van louche figuren met bedreigende voodoo rituelen, weten eigenlijk niets van seks af, durven geen aangifte te doen, raken zwanger. (Trouw 15 januari 2004, Hulp voor ama's in de prostitutie)
De Stichting Centrum '45 deed in 2001, 2002 en 2003 onderzoek naar de ama's en zagen vele malen een posttraumatische stress stoornis en persoonlijkheidsstoornissen. (Kinderen Eerst, UNESCO, zomer 2005)
Het onderzoek is herhaald in 2004-2005 door o.a. Tammy Beam.
Volgens Bean kampen nagenoeg alle ama’s in Nederland met psycho-traumatische problemen. „De jongeren hebben psychische klachten die je moeilijk van de buitenkant waarneemt, zoals angst en depressies. Het zijn geen boefjes die vol met geweld zitten.” Bijna alle ama’s worstelen met verdriet om het overlijden van een dierbare, blijkt uit het onderzoek. De meerderheid van de ondervraagden is mishandeld, tweederde komt uit een oorlogssituatie. „We hoorden echt vreselijke verhalen van ama’s”, zegt Beam. [...]
„De klachten namen niet af. Ze zijn hardnekkig. Deze jongeren hebben de juiste behandeling nodig om goed te leren omgaan met hun emoties. Anders kan het misgaan, en dan dreigt er wel probleemgedrag.”
En aan de kant van de begeleiding en hulpverlening gaat het mis, concludeert Bean. Vaak wordt niet opgemerkt dat de jonge asielzoekers worstelen met problemen. [...]Volgens Bean is het vertrouwen van de jeugdige asielzoekers in volwassenen weg. „De oplossing is het geven van grootschalige psycho-sociale begeleiding." [...]
Laat de kinderen de studie in Nederland afmaken. Dan hebben ze er misschien straks in eigen land nog wat aan. En we pleiten voor een veilige leefomgeving, met goede psychologische hulp. De ama’s in Nederland zijn slim, het zijn overlevers. Ik heb veel respect voor deze jongeren, die elke dag met die vreselijke gedachten in hun hoofd moeten opstaan.”
(Bart Zuidervaart, Hulp jonge asielzoekers schiet tekort; Trouw 19 augustus 2005).
De staat faaltDe samenleving moet zo'n Vitalis zijn. De staat is het niet: die verkoopt het kind op de achttiende verjaardag aan straatzwervers en bordeelhouders. De staat 'ziet' het kind niet en denkt strikt bureaucratisch in kunstmatige grenzen en regels. Het loopt in de weg en kost teveel geld. Zelfs eetgeld is er tegenwoordig niet meer bij, al kan het zijn dat een wijze rechter hier een stokje voor gestoken heeft op 8 augustus 2005. De staat denkt niet meer humaan. Dus moeten wij het doen als burgers |
|
Er zijn enorme aantallen vrijwilligers die in allerlei projecten, in kerken, of privé de Vitalis voor de jonge Remi's willen zijn. Er zijn 'genoeg' (nee: niet genoeg!) mensen die asielzoekers in huis opnemen.
|
Het verhaal spreekt mensen wereldwijd aan. De musical sprak mij heel sterk aan. Ik identificeer mij sterk met de figuur van Vitalis: dat is zo'n beetje de rode draad in mijn leven. Ik heb altijd kinderen van andere ouders in huis gehad, tot op de dag van heden nu ik al grootvader ben. We zien in het verhaal twee moeders die van hun kind beroofd worden: de echte moeder en later de pleegmoeder Mamma Barbaret. Beide moeders blijven zoeken naar hun kind en het kind naar de moeders. Eind goed, al goed - dat hoort zo in een verhaal. Zij behoren dan nog lang en gelukkig te leven. |
De auteur met kleinzoon |
De vaders komen er slechter vanaf: zowel vader als pleegvader willen van 'het rotjong' af. Het loopt hen maar in de weg en kost hun teveel geld.
De gemeenschap komt er slecht af in de figuur van de rechter die Vitalis naar de gevangenis stuurt en daardoor Remi van zijn enige verzorger berooft. De gemeenschap komt er beter af door de talloze mensen die de zwervers en straatmuzikanten geld geven en opvangen.
Vitalis is de figuur van 'de goede man' die Remi opvangt en opvoedt. In de musical wordt uitgewerkt dat dit liefdevol gebeurt en dat dit Remi goed doet. Maar Remi redt op zijn manier de al geheel verbitterde en eenzaam geworden man: die ontdekt dat je toch nog van iemand kunt houden en dat dit het geluk terugbrengt in je leven. Beide ontdekken "dat vriendschap bestaat".
Menig opa en oma, qua vitaliteit al danig op de terugweg, ontdekt zoiets in het contact met de kleinkinderen: die geven ook iets terug, plus zingeving, levensvervulling, levensmoed, vitaliteit. Menig ouder natuurlijk ook, en niet te vergeten vele onderwijzers en groepsleiders.
Vroeger de wezen, nu de al dan niet jeugdige asielzoekers. Sluit u aan bij de vele vrijwilligers. Uw parochie, gemeente, het plaatselijke Vluchtelingenwerk, of misschien wel uw buren wijzen u de weg.