Merel Thie, NRC 25 februari 2005
Politici morren over de zuinige manier van rectificeren in Nederland. In België mag iedereen die in een artikel genoemd wordt, daar zelf in de krant op reageren.
| ,,Gelukkig wéten veel Belgen niet hoeveel rechten ze
hebben'', verzucht Peter Vandermeersch, de hoofdredacteur van dagblad De
Standaard. Hij vreest dat hij niet meer aan werken toekomt als iedereen de
finesses zou kennen van het Recht van Antwoord, zoals dat in 1961 in de
Belgische wet is vastgelegd.
In die wet staat dat iedereen die genoemd wordt in een publicatie, daarop mag reageren. De regels daarvoor zijn ruimhartig, zeker vanuit het Nederlandse perspectief. [...] De Nederlandse praktijk van corrigeren steekt hier karig bij af. Politici van SP, LPF en D66 lieten deze week tijdens een debat met staatssecretaris Van der Laan weten de doorgaans kleine correctierubrieken in kranten wat al te mager te vinden. Tweede-Kamerlid voor de SP Fenna Vergeer: ,,je hebt er echt een vergrootglas bij nodig.'' [...] Nu is het in Nederland vrijwel onmogelijk om direct toegang te krijgen tot de media. Over lezersbrieven en correcties beslist de redactie. Een gang naar de rechter kost geld en tijd. En het gezag van de Raad voor de Journalistiek wordt niet door alle media geaccepteerd. |
Zeer ruim recht op antwoord in BelgiëHet Belgische recht op antwoord is in 1961 in de wet vastgelegd en in 1997 aangepast en uitgebreid, vooral voor radio en tv. Iedereen die in een medium herkenbaar aangeduid wordt, mag in datzelfde medium reageren. Of het nou om feiten gaat die worden betwist of meningen, nuanceringen of toevoegingen. Er hoeft géén sprake te zijn van onjuistheden of niet-onderbouwde beweringen, genoemd worden is genoeg. [...] Het antwoord moet op dezelfde plaats staan, en in hetzelfde lettertype zijn opgemaakt als de oorspronkelijke publicatie. [...] Voor radio en tv geldt een beperkter antwoordrecht dan bij de schrijvende media. Hier moet wel sprake zijn van een onjuiste feitelijke mededeling of een `mening die de eer aantast'. Ook Duitsland kent een recht op weerwoord, de Gegendarstellung. Dit is beperkter dan in België. Het antwoord moet een feitelijke reactie zijn op de gepubliceerde feitelijkheden. |
|||||||||||||||
| [...] Ingur Zimmermann, afgestudeerd in de
mediawetenschappen, [...] wijdde zijn scriptie aan de vraag of invoering
van een recht op weerwoord in Nederland nuttig zou zijn. Hij nam daarbij
enkele klachten over de journalistiek als uitgangspunt. Zo zouden media
voor burgers niet toegankelijk genoeg zijn. En journalisten zouden elkaars
oordeel belangrijker vinden dan dat van lezers en kijkers.
Uit het onderzoek van Zimmermann blijkt dat het recht in België niet tot een stortvloed aan publicaties leidt. Het gaat om een tiental per maand bij alle media. Redacties krijgen veel meer verzoeken, maar vaak vormen die het begin van onderhandelingen. Het weerwoord wordt soms als lezersbrief geplaatst, of de redactie belooft een eventuele correctie of nuancering in volgende berichtgeving mee te nemen. [...] Wie maken er wel gebruik van het recht van antwoord? Op basis van interviews met betrokkenen (overigens geen burgers, maar alleen media-bestuurders) komt Zimmermann tot twee categorieën: de beroepsklager en de gemarginaliseerde. Bestuurders of politici die in opspraak zijn geraakt en niet veel te verliezen hebben. Gewone burgers doen zelden een beroep op hun recht van antwoord, volgens Zimmermann omdat zij simpelweg niet vaak figureren in de media. |
Een klacht over de media?
|
| De raad voor de journalistiek beoordeelt klachten schriftelijk en
houdt soms hoorzittingen. Het aantal klachten stijgt. [...] De raad kan geen sancties opleggen. | |||||
| Bij de rechtbank kan op een aantal gronden bezwaar worden gemaakt tegen een onrechtmatige publicatie. Bijvoorbeeld omdat die onnodig grievend of beledigend is, of omdat er onjuiste of misleidende feiten instaan. | |||||
| Sinds 2002 zendt de VARA het programma De leugen regeert uit; over 'halve waarheden en tegenstrijdigheden in de media'. [...] | |||||
| Verschillende kranten hebben de afgelopen jaren hun correctierubrieken uitgebreid en laagdrempeliger gemaakt. | |||||
Deze krant kreeg er twee nieuwe rubrieken bij over de werkwijze van
de krant.
|
[...]
Ondertussen wordt ook vanuit Europa enige druk gelegd op Nederland om te komen tot een wettelijk geregeld weerwoord. Al in 1992 stemde de mediacommissie van het Europees Parlement in met een resolutie waarin werd gepleit voor een uniform recht van antwoord in alle lidstaten. In mei vorig jaar formuleerde het EP opnieuw een aanbeveling om tot zo'n wettelijk recht te komen. Maar Nederland ziet daar niets in, liet het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in een reactie weten. Het wetboek van strafrecht en het burgerlijk wetboek bieden voldoende mogelijkheden, aldus OCW.
Dittrich vindt dat het allereerst aan de journalistiek zelf is de kloof met de burger te dichten.
,,De overheid moet zich terughoudend opstellen, maar als er niets gebeurt, denk ik dat burgers zich af zullen keren van de journalistiek.''