Bob Cramwinckel, NRC 16 oktober 2004
Mensen die te dik zijn, zijn vaak voortdurend bezig met vetten, suikers en koolhydraten. Dat is de kant die de wetenschap ze opstuurt. maar dat is een veel te eenzijdige benadering. Wetenschappers beseffen onvoldoende dat de mens meer is dan een lichaam.
Wetenschap is grofweg in twee gebieden in te delen.
|
In het ene gebied worden verschijnselen onderzocht, zoals lucht, licht, bliksem, planeten en allerkleinste deeltjes. | |
|
In het andere gebied worden verschijnselen bestudeerd waar de mens zelf bij betrokken is, zoals ziekten en overgewicht. |
Onderzoekers in het eerste gebied hebben hun methoden prima op orde. Zij werken met duidelijke protocollen en behalen indrukwekkende resultaten, zoals een lancering van een ruimtestation naar Jupiter.
Het andere gebied heeft het moeilijker. De wetenschap die zich met de mens bezighoudt, lijkt moeite te hebben om de juiste weg te vinden. Kijk maar naar het onderzoek naar overgewicht. Wetenschappers blijven maar hameren op het verschil tussen energieopname en -afgifte als oorzaak van overgewicht. Doordat vet per gram meer energie levert dan eiwit, koolhydraten of alcohol, wordt aan vet de zwarte piet uitgedeeld. Wetenschappers gaan gemakkelijk voorbij aan het feit dat mensen met een constant lichaamsgewicht, of dat nu te laag, gemiddeld of te hoog is, op zeer nauwkeurige wijze in balans verkeren van energieopname en -afgifte.
Door de voeding als oorzaak te beschouwen, begrijpen veel wetenschappers niet het bestaan van twee wetenschapskampen. Met behulp van succesvolle onderzoeksmethoden uit het eerste gebied bedrijven zij onderzoek in het tweede kamp. Zonder zich daarbij te realiseren dat een mens geen steen, geen planeet en geen machine is. De unieke en bijzondere kanten van het individu worden over het hoofd gezien.
[...]
De wetenschapper van het tweede gebied is de weg kwijt, omdat hij niet beseft dat een mens meer is dan een lichaam. Het lichaam staat niet los van gedachten en ideeën. Hoe zou een wetenschapper bijvoorbeeld achter de wet moeten komen dat ieder mens zijn eigen werkelijkheid creëert?
Ik zie het beeld voor me van de mens, soms in de rol van wetenschapper, als die van een vis in een vijver. Uiteraard heeft de vis geen idee wat een bos is en wat een paard doet. De vis is ervan overtuigd dat met wetenschap alles op te lossen is. Zijn instrumenten laten zijn zichtbare wereld zien, en alles wat niet zichtbaar is, bestaat niet.
Maar de wereld is groter dan hij kan meten. Soms springt de wetenschapper even boven de waterspiegel uit. Bijvoorbeeld wanneer hij mensen hoort vertellen dat ze afvallen door alleen maar vette producten te eten. Ze hebben geen honger en hebben een prettig gewicht.
Je hoort de wetenschapper denken: ik zal aantonen dat jullie gek zijn. Natuurlijk zijn er ook miljoenen mensen die zonder enige kennis van energieopname en -verbruik jaar in, jaar uit op gewicht blijven. Als iets goed gaat, is het blijkbaar niet interessant om het mechanisme er achter te bestuderen.
De wetenschapper ziet het innerlijke mechanisme niet en blijft al rondjes zwemmend roepen: er is dringend geld nodig om meer onderzoek te kunnen doen.
Waarom is de wetenschapper blind voor het innerlijke mechanisme? Een mogelijke verklaring is dat de methoden en technieken van de technische wetenschapper kritiekloos zijn overgenomen door de wetenschappers van het tweede gebied. Deze methoden hebben het imago van wetenschappelijk. Als je dezelfde methoden gebruikt, ben je ook een wetenschapper. Zij denken daarbij dezelfde successen te kunnen boeken als hun natuurwetenschappelijke collega's. Je kunt nog intenser van een zonsverduistering genieten, als je precies op het juiste tijdstip op de juiste plaats staat. Je geniet van de voorspelling én van het verschijnsel. Dat is nu wetenschap zoals we menen dat wetenschap bedoeld is.
Maar de wetenschap staat met lege handen als er een patiënt bij de dokter komt met vage hoofdpijn. Of als een man die niets zichtbaars mankeert en de dokter duidelijk wil maken dat hij niet meer kan werken. Conclusie: de mens is geen machine waarop het mechanische onderzoeksmodel van toepassing is.
[...]
Het wordt duidelijk dat je eerst de blokkade moet opruimen om effectief te kunnen handelen. Met positief denken worden gevoelens en gedachten onder de mat geschoven, maar ze blijven daar onopgeruimd liggen. Als je in staat bent innerlijke blokkades te doorzien, worden er geen gevoelens verplaatst, maar echt veranderd. Als je naar iemand kijkt die niet bij machte is om iets simpels als een paal los te laten, begrijp je dat het zinloos is om te roepen: eet wat minder en beweeg toch meer!
Het is een mentale kracht die het lichaam dicteert. Het lichaam blijkt te gehoorzamen aan onbewuste, mentale processen. Die kun je niet blijvend overschreeuwen.
Als je het verschijnsel van mentale blokkades begrijpt, wordt opeens duidelijk dat het zinloos is om extra belasting op vette of zoete producten te heffen. Het gaat er om te onderzoeken hoe mentale blokkades ontstaan, vastgehouden worden en hoe deze blokkades losgemaakt kunnen worden.
De vraag is hoe je mensen hun eigen hypnose kan laten opheffen. Ze hebben het zelf opgeroepen, dus kunnen ze het ook zelf opheffen. Dat antwoord zit in jezelf, niet in producten of genen.
Wetenschappers zijn net mensen. Ook zij houden hun eigen denkwereld in stand. Uiteraard zijn er creatieve vissen die voortdurend omhoog springen om verder te kijken, maar hele scholen vissen zie je nooit boven komen. Ze blijven achter elkaar aan zwemmen.