[Home]    [Up] 

“DIE VAN ONS DOEN ZOIETS NIET!”

  - een bericht uit de praktijk

 door J'André (*)

  ~

Inleiding 

Einde 1994 werd ik uitgenodigd mee te werken aan een studiedag van de Rotterdamse Pauluskerk. De organisatoren wilden een boek van Randall als uitgangspunt nemen: John L. Randall, CHILDHOOD AND SEXUALITY, A Radical Christian Approach. (Pittsburgh, Pennsylvania 1992).      

De strekking van hun vraag aan mij en enkele anderen was: kijk eens naar dit boek van Randall; die heeft ons, kadermensen in het werkveld van kerk en samenleving, toch wel iets te zeggen, dacht je niet? Zou je daar wat over willen zeggen, over wat je van Randall’s betoog vindt en van z’n relevantie voor de maatschappelijke situatie?

Daar heb ik, na enige aarzeling, positief op gereageerd. Ik noem daar twee motieven voor.

Ten eerste was ik wel nieuwsgierig naar waar de mensen van de Pauluskerk mee bezig zijn: willen zij zich bewogen inzetten voor weer een minderheidsgroep, naast de druggebruikers nu een seksuele minderheidsgroep, of vertegenwoordigen zij een visie op mens, kerk en wereld die allereerst naar ervaringen van mensen wil kijken en naar menselijk gedrag dat misschien wel universeler is čn meer cultuur-eigen dan we ons doorgaans realiseren? 

 

Ten tweede: het boek van Randall snijdt diverse thema’s aan waar ik me de afgelopen 20 jaar in mijn hulpverleningswerk vrij intensief mee heb bezig gehouden. De studiedag is destijds niet doorgegaan, maar ik heb deze gelegenheid gebruikt om in een samenhangend vertoog te schetsen wat ik denk van de situatie rond de thematiek childhood and sexuality in ons land.

 

Na in de eerste paragraaf enig commentaar voor te leggen op het boek van Randall, wil ik in de volgende paragrafen een aantal actuele, heikele controversen van de thematiek aansnijden. Ik stel me voor, enthousiast over Randall’s wens tot doordenken vanuit waarden en methoden, door te gaan in de geest van het boek met overdenken van de problemen waar Randall het over heeft. Waar Randall volgens mij verdwaalt, heb ik geenszins toevallig, vanuit de praktijk wel een richting te melden.

De tweede paragraaf kreeg de titel die ook de gehele bijdrage siert: “Die van ons doen zoiets niet!” Ouders, opvoeders, de heersende publieke opinie houden zichzelf en anderen voor dat (hun) kinderen allerlei gedragingen en gevoelens op seksueel gebied niet hebben.

Het thema ‘seksueel misbruik van kinderen’, het signaleren en het bestrijden ervan sluiten hier tegenwoordig naadloos bij aan - in de derde paragraaf.

Veronderstellen dat kinderen ook positieve intieme ervaringen met volwassenen (kunnen) hebben is vandaagdedag als vloeken in de kerk en de koppeling ervan met ‘pedofilie’ is de ultieme doodzonde - de spraakverwarringen op een rij, in de vierde paragraaf.

In de vijfde paragraaf: Enige maatschappelijke ruimte voor een open en genuanceerde discussie over pedofilie, laat staan voor emancipatie van pedofielen, lijkt voor een veelvoud van jaren (uit)gesloten  - de stelling van Sjaak van der Geest, medisch antropoloog, in de Volkskrant van 5 oktober 1998, dat na de homo’s van tijden terug en de communisten enkele decennia geleden nu de pedofielen het slachtoffer zijn van een collectieve paranoia, lijkt mij te staan als een betonnen muur. Maar ik heb ook enkele harde noten om te kraken voor en door de pedo’s zelf.  

[De zesde paragraaf: Is er maatschappelijke ruimte voor emancipatie?]

Bijlage

Voor onze Europese regio is de inhoud van het boek geen onbekende stof.
Wat ik alleen al zo uit mijn huis-boekenkast kan pakken! Ik kan er een korte presentatie van geven om te illustreren wat ik bedoel, daarmee en passant de voornamelijk Engelstalige literatuurlijst van Randall aanvullend.

 

(*) De nu volgende tekst is een verkorte en enigszins bewerkte versie van het werkstuk van dezelfde auteur, getiteld "Die van ons doen zoiets niet" oftewel "Commentaar bij Childhood and Sexuality, A Radical Christian Approach van John L. Randall, 1995"

De auteur was ruim 25 jaar werkzaam als hulpverlener/preventiewerker in de geestelijke gezondheidszorg, onder meer als coördinator van het project Preventie Kindermishandeling en van een Werkgroep voor Seksualiteit, Intimiteit, Relaties (S.i.R.)

Jaargang 1934. Gymn.A; Sociale Academie; VO-groepswerk ; Organisatieontwikkeling; enkele jaren Pedagogiek    en Andragogiek in Nijmegen en Utrecht.