Door J'André, 1994
Voor onze Europese regio is de inhoud van het boek geen onbekende stof
Wat ik alleen al zo uit mijn huis-boekenkast kan pakken! Ik kan er een korte presentatie van geven om te illustreren wat ik bedoel, daarmee en passant de voornamelijk Engelstalige literatuurlijst van Randall aanvullend.
Het boek van John L. Randall sluit om te beginnen volgens mij naadloos aan bij twee illustere voorgangers, Deschner en Ranke-Heinemann. Met name hoofdstuk 2, the Roots of Negativity, staat in de traditie van deze twee schrijvers, en dat vind ik een heuse aanbeveling.
Filosoof en schrijver Karlheinz Deschner schreef in 1974
DAS KREUZ MIT DER KIRCHE, eine Sexual-geschichte des Christentums,
in het Nederlands vertaald als
DE KERK EN HAAR KRUIS, Geschiedenis van de seksualiteit in het Christendom.
Een Nederlandse recensente besluit haar lovende bespreking van de Nederlandse uitgave aldus:
"De Kerk en haar Kruis is een vernietigend boek vol bizarre religieuze kluchten die je naar fabeltjesland zou verwijzen als je niet wist dat het allemaal echt gebeurd en gezegd is. Deschner is echter niet in het minst geïnteresseerd in de vraag waarom die geschiedenis er zo uit ziet." (...)
Het boek "geeft geen inzicht in die geschiedenis en in de motieven en drijfveren van de mensen die achter deze geschiedenis staan." [*1]
Dat doet de andere auteur meer recent in
EUNICHEN FÜR DAS HIMMELREICH van 1988,
in de Nederlandse versie
EUNUCHEN VOOR HET HEMELRIJK,
wel en met veel overtuigingskacht. Uta Ranke-Heinemann was de eerste vrouw die een leerstoel voor katholieke theologie bekleedde; deze werd haar afgenomen door de Kerk toen zij beweerde dat de maagdelijkheid van Maria niet biologisch, maar theologisch moest worden opgevat.
Andere 'voorlopers' van Randall's publicatie in het Nederlands taalgebeid zijn bijvoorbeeld
|
het wat
romantisch-anecdotische | |
|
de dissertatie van W. Top, |
En najaar 1985 zond de KRO een kritische documentaire van Marga Kerklaan uit, die trefzeker aan de hand van ervaringen en voor mensen van mijn generatie in ieder geval zeer herkenbaar de invloed van de kerkelijke visie omtrent huwelijk, seksualiteit, de sekse-verhoudingen en in het bijzonder omtrent de rol en positie van vrouwen aan de orde stelde.
De documentaire was getiteld MOEDER VAN EEN GROOT GEZIN. De vier moeders die in het programma aan het woord komen, laten ook zien hoe zij met de vigerende moraal in de praktijk van hun leven omgingen.
De maakster van het programma heeft bovendien uit ruim 300 brieven en reacties van voor en na de uitzending een boek samengesteld:
ZODOENDE WAS DE VROUW MAAR EEN MENS OM KINDEREN TE KRIJGEN (1987).
Maar ook onze vroege Jos Frenken's AFKEER VAN SEKSUALITEIT (1976) geeft een onthutsende kijk achter de deels kerkelijke (huwelijks)schermen.
De omvangrijke en even origineel als zorgvuldig gedocumenteerde tweedelige publicatie van Klaus Theweleit MÄNNERPHANTASIEN (1982) onderzoekt waardoor zoveel mannen psychisch, gevoelsmatig (nu dus eens niet belicht vanuit de belabberde sociaal-economische omstandigheden, zoals gewoonlijk gebeurt) werden aangetrokken door de fascistische beweging, en schildert met name de z.g. Freikorpsen van na de Eerste Wereldoorlog met hun 'witte terreur' onder alles wat links, Pools en Baltisch was en ervan verdacht kon worden te sympathiseren met de onafhankelijkheidsbewegingen.
"MÄNNERPHANTASIEN", zo zegt Theweleit, "das sind Vorstellungen von dem, was Männer nicht wissen durften, um nicht abgelenkt zu werden von den großen Männeraufgaben: arbeiten, forschen, erobern. Körperwünsche, Energien und Sehnsüchte wurden unterdrückt und abgetötet, um wieder geboren zu werden im Kampf für Größe und Vaterland."
Weer wat recentere bronnen zijn twee boeken over het kostschoolleven van resp. meisjes en jongens:
|
van Marieke Hilhorst | |
|
van Jos Perry |
De tweedelige TV-documentaire van Heinrich Breloer van 1990, EINE GESCHLOSSENE GESELLSCHAFT, brengt de Duitse variant ervan in beeld. In interviews en commentaren van vijf voormalige internaatsvrienden, afgewisseld met historische filmbeelden en foto's, en gespeelde scènes, wordt een beeld geschetst van het internaats- en schoolleven in de vijftiger jaren op het Duitse Gymnasium Canisianum.
De geobsedeerdheid met - en angst voor seks blijken telkens weer het centrale, overheersende Leitmotief van pedagogiek en didactiek van deze en dergelijke socialiseringsinstituten bij uitstek in de onstuimige emancipatiestrijd der katholieken.
"Trimbos", aldus van Ussel in GESCHIEDENIS VAN HET SEKSUELE PROBLEEM (1968, pag. 37), "noemt de seksuele moraal 'geobsedeerd, wettisch, casuïstisch'. Naarmate men de negentiende eeuw nadert, worden de seksuele verboden uit de tien geboden zo belangrijk dat men de indruk heeft dat alle zedelijkheid daaromheen draait."
Cabaretier Fons Jansen tekende (in de vijftiger jaren, meen ik) de tafel van de 10 geboden met 10 maal VI.
Waar Randall's boek zich met name richt op godsdienst en kerk in relatie tot kinderen en hun seksualiteit, belichten de genoemde Europese auteurs, die kerk en godsdienst kritiseren, kinderen niet uitdrukkelijk. Wel vestigen zij de aandacht op de immense impact van de kerkelijk gestuurde opvoeding en socialisatie op gevoel, denken en handelen van de jonge generaties.
Die impact was en is enorm en bepaald niet alleen positief; in termen van psychiater A. van Dantzig is die impact als volgt te typeren:
"De ellende die de christelijke moraal heeft veroorzaakt, is met geen pen te beschrijven"; en:
"De christelijke moraal heeft veel levens voorgoed verwoest". [*2]
En W.J. Berger, godsdienstpsycholoog, over de religieuze basis van het menselijk gedrag:
"Godsdienst is te veel benut om politiek en psychologisch mensen in bedwang te houden." [*3]
Jos van Ussel heeft met zijn GESCHIEDENIS VAN HET SEKSUELE PROBLEEM gevolgd door het nieuw, humaan perspectief biedende AFSCHEID VAN DE SEKSUALITEIT (1990) voor mij en menig generatiegenoot even bevrijdend als baanbrekend werk geleverd.
Met Ernest Borneman's DAS GESCHLECHTSLEBEN DES KINDES, Beiträge zur KIinderanalyse und Sexualpädogologie (1988) introduceer ik tenslotte een inkijk in de erotisch-seksuele ontwikkelings- en ervaringswereld van kinderen die voor velen ook in onze regio, het permissieve Holland aldus Time van 1987, nog steeds moeilijk acceptabel is, die men bij voorkeur ontkent en die men, als ontkennen niet langer mogelijk is, labelt als vroege verdorvenheid of resultante van verleiding, van seksueel misbruik dus.
Dit bedoel ik met "voor ons geen onbekende stof". Er is dus, helaas, slechts een gradueel en geen essentieel verschil met de Angelsaksische situatie die Randall beschrijft.
![]()
[*1]. Freda
Dröes in de Volkskrant, 6-1-1979.
In de latere publicatie van Deschner,
OPUS DIABOLI, FÜNFZHEN UNVERSÖHNLICHE ESSAYS ÜBER DIE ARBEIT IM WEINBERG DES HERRN (oorspronkelijk jaar van verschijnen: 1987; ik citeer uit een herdruk uit 1994)
benoemt hij 'Motieven en drijfveren' maar al te duidelijk. Bij de argumentatie bijvoorbeeld die volgens hem de Catolica er op na houdt om het celibaat "af te dwingen" is met name het derde argument veelzeggend:
"Drittens erstrebte man allzeit disponibele, weder an Familie noch Gesellschaft oder Staat gebundene willenlose Werkzeuge, mittels derer man herrschen konte - das einzige, worum's da geht." (pag. 92)
[*2]. In
"WAT EEN VROUW EEN RAMP VINDT, IS EEN RAMP", in HN Magazine van
28-5-1994.
[Terug]
[*3]. In het
Welzijnsweekblad van 15-6-1979
[Terug]
![]()