Start Omhoog

 

Citaten uit

Zure druiven

Hans Jansen, HP\Tijd 21 februari 2003 

Islamitische zelfmoordenaars weten het zeker: na hun heldendood worden ze in het paradijs beloond - met zeventig mooie maagden. Staat in de Koran. Maar wetenschappers twijfelen aan de juistheid van die belofte. Gaat om een vertaalfout? 

Wat beweegt een islamitische zelfmoordterrorist? Vriend en vijand gaan ervan uit dat de gesneuvelde jonge helden in de paradijstuinen van het hiernamaals een hartelijk welkom wacht. Prachtige jongedames met bijzonder grote ogen zullen de nieuw aangekomenen op al1erlei heerlijkheden trakteren die in deze wereld uiterst schaars zijn of zelfs geheel onbereikbaar. 

Volgens de tekst van de koran zoals de islam die overlevert, zijn het overigens niet alleen helden die het leuk krijgen in het hiernamaals. A11e gelovigen gaan na hun dood een bestaan van fantastische verrukkingen tegemoet. Maar geleerden twijfelen inmiddels aan deze versie van de overlevering, en ze lijken de gelukzaligheid van het hiernamaals te verstoren. Aardig of niet, het is onvermijdelijk dat een klein aantal onderzoekers in de oudste geschreven koranteksten zijn gaan neuzen om te kijken wat daar nu precies
staat. Dat hebben ze weliswaar zonder veel publiciteit gedaan, maar niet in het verborgene. De resultaten van dal onderzoek raken nu langzaamaan bekend. 

Dus duiken er tegenwoordig in kranten en op het internet spannende verhalen op over een versie van de koran waarin de aan islamitische zelfmoordhelden beloofde zeventig maagden geheel zijn verdwenen. Het geloof in deze paradijsvrouwen zou op een vertaalfout berusten. Als dat waar is, zou dat voor fundamentalistische helden een hele teleurstelling zijn. Hoe zit het? 

[... ... ...] 

Het schrift waarin de oudste koranmanuscripten zijn geschreven, kent geen klinkers, evenmin als het Hebreeuws. Maar in dat oude Arabische schrift hebben ook nog eens een groot aantal medeklinkers dezelfde vorm, afhankelijk van hun positie binnen het woord. Er is n consonantteken dat vijf mogelijkheden heeft, te weten B, N, T, Y, of Th.  Het optreden van twee mogelijkheden, bijvoorbeeld R of Z, is heel gewoon. Pas in de achtste en negende eeuw werd het langzaamaan gebruikelijk om deze gelijkvormige  letters met behulp van punten van elkaar te onderscheiden. 

[...] 

En ding is zeker: de punten zijn niet door Mohammed of een van zijn secretarissen aangebracht, maar door geleerden die minstens honderd jaar later leefden. Waren die geleerden onfeilbaar? Dat is per definitie weinig waarschijnlijk. 

[...] 

Er is dus reden om aan te nemen dat de puntjes niet altijd goed zijn gezet. Traditionele islamitische koranexegeten hebben dat op een groot aantal plaatsen zonder aarzelen toegegeven. Waar zij de betekenis niet aantast, wordt een verbetering in de punctuatie  door islamitische geleerden uit het verleden zonder probleem getolereerd. Maar waar ze die wel raakt, ontstaat een probleem.

De onderzoeker Christoph Luxenberg heeft in 2000 in Berlijn een boek gepubliceerd waarin hij de interpretatie van de koran een graadje ingewikkelder ziet: Die syro-aramiiische Lesart des Koran. Luxenberg betoogt dat een groot aantal koranpassages doodeenvoudig verkeerd is gepunctualiseerd. Volgens hem gaat het dan vaak om passages die eigenlijk Syrisch-Aramees zijn, en niet Arabisch. Het Syrisch-Aramees en het Arabisch zijn zustertalen van elkaar, net als bijvoorbeeld het Nederlands en het Duits. Het is een moslim-dogma dat de koran geheel in het Arabisch is gesteld. Daarom kan Luxenberg volgens moslims nooit gelijk hebben.

Maar in de allervroegste tijd is het bij sommige teksten bepaald lastig om uit te maken of we van doen hebben met Arabisch of met Aramees-Syrisch, net zoals het bij bepaalde vroege versies van Van Den Vos Reynaerde haast niet is na te gaan of de tekst nu Duits is of Nederlands-Vlaams. Luxenberg's oplossingen en suggesties zijn vooral erg overtuigend wanneer de tekst, in de traditionele Arabische punctuering, wonderlijk onlogisch klinkt, terwijl diezelfde tekst in een andere, op Syrisch-Aramees gebaseerde punctuering eigenlijk precies luidt zoals je op die plaats zou verwachten. Helemaal sterk staat Luxenberg wanneer zijn 'nieuwe' oplossing zelfs parallellen binnen de koran heeft, of, wat ook vaak voorkomt, binnen de Syrisch-christelijke literatuur die in de tijd van Mohammed (570-632) in omloop was.

Het meest tot de verbeelding sprekende resultaat van Luxenberg's werkwijze is wat hij doet met koran 44:54 en 52:20, twee passages die vrijwel identiek zijn. En hier gaat het juist over de gelukzaligen die aankomen in het paradijs. Luxenberg meent dat hen iets anders staat te wachten dan de traditioneel beloofde maagden. Volgens hem zegt God in de koran over de vromen in het paradijs: "Wij laten hen uitrusten onder / te midden van / witte wijndruif(planten)."

Dat is daarom zo'n sterke interpretatie omdat het in 44:55 verdergaat met een verhaal over vruchten, en in 52:19 over wat de gelukzalige doden te eten zullen krijgen En vooral omdat er duidelijke parallellen zijn in de Syrische religieuze literatuur uit die tijd, waarin de vrome doden eveneens aan het uitrusten worden gezet en witte druiven krijgen opgediend.

Toch hebben de vroegmiddeleeuwse Arabische geleerden de punten z gezet dat er nu staat: "Wij paren hen met (gezellinnen) die sprekende grote ogen hebben," of, in een andere Nederlandse vertaling: "Wij paren hen aan wit- en grootogige (gezellinnen)." Het is alleen maar een kwestie van puntjes: zawwagnaahum of rawwahnaahum. Maar je hoeft geen afgestudeerd theoloog te zijn om te begrijpen dat uitrusten voor de vrome gelukzalige doden een passender bezigheid is dan gepaard te worden.

Bovendien is de manier waarop het Arabische 'gepaard worden' geconstrueerd is, een tikje wonderlijk, terwijl 'uitrusten' een prima Arabische en een prima Aramese zin zou opleveren. Met de Arabische en Aramese woordenboeken in de hand is het omtoveren van maagden in druiven of wijnranken een peulenschil.

[...] 

Christoph Luxenberg: Die syro-aramaische Lesart des Koran. Das Arabische BuchjVerlag Hans Schiler. 29,70.

 

Start Omhoog