Start Omhoog

Mogelijke bronnen van afwijzing van vrijwillige en onschadelijke intieme vriendschappen tussen kinderen en volwassenen buiten het eigen gezin               

Dit is een artikel in de reeks Kritisch, een serie artikel van Drs. T. Rivas, theoretisch psycholoog, filosoof en parapsychologisch onderzoeker.

Bron: http://members.tripodnet.nl/Kritisch/index-39.html  

Mogelijke bronnen van afwijzing van vrijwillige en onschadelijke intieme vriendschappen tussen kinderen en volwassenen buiten het eigen gezin

Vrijwillige intieme relaties tussen volwassenen en kinderen die geen (pleeg)familie van hen zijn stuiten nog steeds op een muur van onbegrip, walging en zelfs haat. Dit alles is te terug te voeren tot bewuste en onbewuste opvattingen rond zulke relaties. Maar waar berusten die negatieve opvattingen nu precies op? In dit stukje wil ik enkele bronnen noemen waar de ideeën in kwestie uit voort kunnen komen.

1. Misbruik-hysterie

De meest voor de hand liggende bron van misvattingen rond relaties tussen volwassenen en kinderen is natuurlijk gelegen in de uit de hand gelopen paniek rond misbruik. Zoals altijd gebeurt bij hetzes, wordt een veel te ruim criterium gebruikt om mogelijke daders tijdig in hun kraag te kunnen vatten. Net zoals alle zigeuners vroeger (en soms ook nu nog) voor dieven werden aangezien, omdat er inderdaad nog wel eens dieven tussen zaten, zo wordt een ieder met amicale en/of erotische gevoelens jegens kinderen, aangezien voor een misbruiker of een kinderlokker, omdat er wel eens zo'n dader onder de groep als geheel zit. 

Er is dan sprake van een te ver doorgevoerde, stereotype generalisatie van een malafide minderheid binnen een groep mensen met gemeenschappelijke kenmerken, naar die groep als geheel toe. Het macabere daarbij is natuurlijk dat er een irrelevant kenmerk van de groep als geheel wordt aangezien voor een bewijs van criminaliteit. Zoals een zigeunerin geen dievegge is doordat zij een zigeunerin is, zo is een volwassene die van kinderen houdt geen misbruiker doordat hij of zij van kinderen houdt. Er is geen enkel logisch verband tussen het (etnische) zigeuner-zijn en het stelen, en zo is er ook geen enkel logisch verband tussen houden van kinderen en misbruik. Een simpel inzicht, maar in de praktijk blijkbaar toch erg moeilijk voor de meeste mensen.

Vooroordelen ontstaan zoals gezegd door een te ver doorgevoerde generalisatie, en ze worden daarbij versterkt wanneer er traumatische dingen gebeuren of lijken te gebeuren. Via de juiste propaganda kan men mensen opzwepen om in iedereen het vleesgeworden kwaad te zien. Dat weten we maar al te goed van de heksenprocessen, van de jodenvervolging en van de moordpartijen tussen Hutu's en Tutsi's in Ruanda. Hoe groter de hysterie, des te sterker de propaganda, en des te minder men voor rede vatbaar wordt: een vicieuze cirkel.

2. Formalisme in relaties

Een volgende bron van afkeuring van relaties met kinderen heeft te maken met wat ik "relationeel formalisme" zou willen noemen. Ik versta hieronder dat veel mensen geneigd kunnen zijn om relaties niet primair aan persoonlijke kenmerken en de kwaliteit van de persoonlijke verstandhouding te toetsen, maar aan formele voorwaarden waaraan die relaties zouden moeten voldoen. Het gaat om het indelen van mensen op basis van uiterlijk vaststelbare, formele kenmerken, en die indeling wordt dan gebruikt als toetssteen voor relaties.

Hoe meer mensen primair als mannen en vrouwen, volwassenen, jongeren en kinderen worden beschouwd in plaats van als unieke, onvervangbare personen, des te sterker zullen deze in feite formele kenmerken meetellen als toetssteen voor relaties tussen mensen. Een voorbeeld is hoe men in mediterrane gebieden als (delen van) Spanje, van oudsher omging met relaties tussen mannen en vrouwen. Deze waren vaak heel sterk geformaliseerd. Bij een feest werden vrouwen en mannen bijvoorbeeld geacht volledig gescheiden van elkaar te zitten, alleen met de eigen geslachtsgenoten te praten, en zich daarbij zo volledig mogelijk te beperken tot "geslachtsgebonden" onderwerpen, zoals sport (mannen) en het huishouden (vrouwen).

Dit soort formele relationele criteria komen misschien vreemd over op een westerling, maar reken maar dat ze ook nog steeds geregeld een grote rol spelen in de westerse wereld. Dit zien we bijvoorbeeld weerspiegeld in de wens om homoseksuele relaties toch weer te willen vertalen in formele parallellen van heteroseksuele relaties, met een soort "mannetjes" en "vrouwtjes". Maar ook bijvoorbeeld hoe men tegenover relaties tussen jonge volwassenen en bejaarden staat. Ik heb zelf bijvoorbeeld jaren vriendschappelijk contact gehad met een bejaard echtpaar, op basis van gelijkwaardigheid, en daar werd door veel leeftijdgenoten van mij heel vreemd tegen aan gekeken. 

Er zit een formeel criterium achter dit soort reacties, een idee dat er iets niet klopt. Niet omdat men de concrete relaties kent en inhoudelijk tekort vindt schieten, maar omdat men een (impliciet) wereldbeeld heeft waarin mensen van verschillende formele categorieën geacht worden op specifieke manieren met elkaar om te gaan of domweg helemaal niet met elkaar om te gaan. Vriendschappen van volwassenen met kinderen zijn volgens veel formalistische opvattingen over relaties altijd afkeurenswaardig, omdat ze de formele grenzen "schandalig" overschrijden. Ze doorbreken de orde, het wereldbeeld.

Volwassenen die intiem bevriend zijn met kinderen zijn daarom op zijn minst sociaal gestoord volgens deze opvattingen en ze moeten dan geholpen worden zich de formele "regels" beter eigen te maken, of ze zijn egoïstische rebellen die uit pure vernielzucht de wereld op zijn kop willen zetten, en die daarmee de veilige zekerheden bedreigen.

Ik herinner me de volgende scène uit mijn eigen leven. Tijdens mijn verjaardagspartij enkele jaren geleden met voornamelijk volwassen gasten had ik ook twee jonge meisjes uitgenodigd, met wie ik feitelijk een veel betere en closere band had dan met de meeste volwassenen. Ik probeerde iedereen zoveel mogelijk aandacht te schenken en daarbij vooral ook de kinderen niet te vergeten.

Op een gegeven moment was er een(volwassen) vriend binnengekomen met een zelfgemaakt schilderij. Ik vroeg mijn twee vriendinnetjes, die zich op dat moment stierlijk verveelden, om dit schilderij voor mij met een spijker op te hangen aan de muur. Tot mijn grote verbazing wond dit de kunstenaar enorm op. Hij werd bijna echt razend op mij, omdat dit zo "abnormaal" was. Ik had als man duidelijk persoonlijke aandacht getoond voor de kinderen (formele fout 1), ik had ze bij de centrale activiteit betrokken (formele fout 2), en bovendien had ik hen als meisjes en "mannentaak" opgedragen, namelijk het in de muur slaan van de spijker (formele fout 3). Er viel niet te praten over dit voorval met genoemde persoon.

Het macabere van formalisme is dat het mensen in hokjes duwt en reduceert tot rollen. Het is de ultieme vorm van knechting van individuen. Tegelijkertijd is het echter de basis voor een conventionele, conformistische maatschappij, waarin mensen een gedachteloos maar comfortabel leven denken te kunnen leiden. Het aantasten van formele pijlers van de samenleving roept daarom enorme agressie op. Het is alsof je heilige waarheden naar beneden haalt.

Hoe ver dit kan gaan, toont een krantenbericht aan dat ik pasgeleden heb gelezen. Er stond in dat enkele mannen een vrouw zwaar hadden mishandeld, toen zij het waagde om openlijk in een café te biljarten. Dit
was zo'n "heiligschennis" voor de mannen, dat de vrouw er flink voor moest boeten.

3. Formele seksuele normen

In het verlengde van het formalisme in relaties ligt het verschijnsel formele normativiteit in de seksuologie. Van oudsher beschouwt men alleen de heteroseksuele coïtale seksualiteit als psychisch gezond, en alle andere soorten seksuele voorkeur als meer of minder pathologisch (men zou als het ware blijven hangen in een fase van seksuele ontwikkeling richting de uniforme norm, of naar een vroegere fase in die ontwikkeling zijn teruggekeerd). 

Net als bij formalisme in relaties staat hierbij een uiterlijk, onpersoonlijk criterium centraal. Het gaat er dan dus niet hoe om men de seksualiteit als persoon van binnenuit beleeft, nee het gaat erom of men bij de seksualiteit aan formele, onpersoonlijke normen voldoet of niet. Hoe plezierig en positief de betrokkenen zelf intieme relaties tussen volwassenen en kinderen daarom ook mag ervaren, zij zijn altijd onvolwaardig omdat ze formeel niet aan de seksuologische norm van volwassen coïtus voldoen. De normatieve formalistische seksuologie speelt overigens natuurlijk niet alleen de relaties tussen volwassenen en kinderen parten, maar in feite alle vormen van "afwijkend" erotisch en seksueel gedrag, inclusief zelfs seksuele onthouding.

4. Beschouwing

Als ik gelijk heb met bovenstaande analyse, is de afkeer van relaties tussen volwassenen en kinderen niet helemaal reduceerbaar tot de misbruikhysterie. Het is zeker de belangrijkste hinderpaal voor de emancipatie van relaties tussen volwassenen en kinderen. Maar op een dieper niveau bestaan er volgens mij formalistische, onpersoonlijke opvattingen over relaties en seksualiteit die maken dat men relaties tussen volwassenen en kinderen alleen maar als een inbreuk op de goede orde kan beschouwen, d.w.z. als een ziekte of een misdaad.

De emancipatie op dit gebied zal op den duur vooral daartegen gericht moeten zijn. Ik denk dat dit gebeuren moet binnen de ruimere context van een andere visie op relaties en seksualiteit, een visie waarin het individu en diens subjectieve beleving centraal staat, en niet diens formele kenmerken. Met andere woorden, de emancipatie van relaties tussen volwassenen en kinderen is niet los te zien van een grotere personalisering van de maatschappij. Zij is in die zin inherent verwant aan radicale politieke stromingen als het libertair socialisme en anarchisme.

Maar ook bij gematigdere bewegingen als de sociaal-democratie en sociaal liberalisme zijn aanknopingspunten te vinden. De conservatieve, totalitaire en (dogmatisch-) confessionele bewegingen daarentegen zullen door hun sterke formalisme waarschijnlijk wel altijd tegen relaties tussen volwassenen en kinderen gekant blijven. Hoe rechtser immers het maatschappelijke klimaat, des te groter het taboe op het afwijkende en onconventionele, zeker als het om zoiets "schandelijks" en "ongehoords" als relaties tussen volwassenen en kinderen gaat. Hoe vrijer en authentieker mensen in het algemeen mogen leven en daarbij ook beschermd worden tegen intolerantie, des te meer kans relaties tussen volwassenen en kinderen zullen krijgen. Die zijn in die zin niet in de laatste plaats een politieke issue.

Drs. T. Rivas


Deze paper werd eerder gepubliceerd in een nieuwsbrief van een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH).

Start Omhoog