|
[Home] [Opinie nr 4] [Lijst met artikelen] Seksuele intolerantiedoor Titus Rivas 1InleidingIn het bijbelboek Leviticus, H. 20, vers 13 kunnen we lezen: "Als een man met een andere man omgang heeft als met een vrouw, begaan beiden een afschuwelijke daad. Zij moeten ter dood worden gebracht, zij hebben hun dood aan zichzelf te wijten." Dit vers geeft heel onomwonden weer wat seksuele intolerantie betekent. Seksueel gedrag dat afwijkt van het eigen gedrag wordt bestempeld als afschuwelijk en walgelijk. Degenen die het gedrag vertonen worden gecriminaliseerd en bedreigd met (dood)straf, sociale verstoting en sabotage van de erotische of liefdesrelatie.
In dit essay wil ik bekijken of er een redelijke grond bestaat voor zulke onverdraagzaamheid tegenover afwijkend seksueel gedrag. Daarna wil ik kijken naar niet-redelijke factoren. En tenslotte wil ik pleiten voor een radicale seksuele tolerantie.
1. BiologieAls we kijken naar afwijzing van seksueel gedrag, dan zien we dat de meest consequente vorm hiervan gestalte krijgt in de preutsheid 2. De preutsheid omvat namelijk de gedachte dat alle vormen van seksueel gedrag walgelijk zijn en niemand er zich aan zou moeten bezondigen. Daarom dat preutse mensen bijvoorbeeld principieel tegen elke vorm van pornografie en vrijwillige prostitutie zijn, en die ook strafbaar willen stellen. Voor afwijkend gedrag is de preutse afwijzing welhaast nog groter 3.
Nu zien we in de preutsheid echter een vorm van intolerantie die de meeste mensen die afwijkend gedrag zelf afwijzen, te ver vinden gaan. Bij de "gematigde" vormen van onverdraagzaamheid vindt men namelijk dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen natuurlijke en onnatuurlijke seksualiteit. Natuurlijke seksualiteit moet je tolereren en - eventueel met bepaalde restricties - de vrije loop laten, onnatuurlijke seksualiteit moet je zoveel mogelijk strafbaar stellen. "Natuurlijke" seksualiteit is dan dus de collectieve norm, en mensen die een afwijkende vorm van (of helemaal geen) seks willen beleven, zijn hetzij ziek (zielig), hetzij verdorven (vies), en moeten respectievelijk geholpen of gestraft worden. Soms allebei tegelijk.
Seks is evolutionair gezien oorspronkelijk voortgekomen uit de biologische behoefte aan voortplanting. Seks die in principe niets te maken heeft met die behoefte aan voortplanting is daarom volgens velen "onnatuurlijk". Dat wil niet zeggen dat alle seksualiteit de voortplanting direct moet dienen, maar slechts dat die seks wanneer de natuur haar gang kon gaan, tot voortplanting zou kunnen leiden 4. Alle andere vormen van seksualiteit en erotiek (en misschien zelfs platonische liefde) moet je dan beschouwen als perversie of aberratie, als een heilloze weg die de mens vervreemdt van zijn natuurlijke seksuele vervulling.
Dit levert de conclusie op dat alleen heteroseksualiteit tussen geslachtsrijpe partners natuurlijk is. Vrijwillige 5 seks van of met kinderen die nog niet geslachtsrijp zijn kan dus bijvoorbeeld nooit worden getolereerd, want dit is onnatuurlijk in deze betekenis. Hetzelfde geldt voor heteroseksualiteit zonder genitale coïtus. Voor homoseksualiteit vanzelfsprekend. En natuurlijk voor seks met dieren. Al deze vormen van seks zijn in dit perspectief verwerpelijke, ongezonde perversies.
Nu moeten we ons afvragen of het biologische natuurlijkheidargument steek houdt. Zoals gezegd, wordt natuurlijke seksualiteit doorgaans niet, tenzij in het geval van preutsheid, beperkt geacht tot seks die de voortplanting dient, maar komt het neer op seks die de voortplanting van nature zou kunnen dienen. Dit komt soms zelfs tot uiting in zulke uitspraken als "de anus is niet bedoeld als vagina". De bouw van de geslachtsorganen bepaalt met andere woorden voor deze mensen wat je onder natuurlijke seks moet verstaan, niet of er daadwerkelijk sprake is van voortplanting.
Dit is heel merkwaardig omdat het volgens de betrokkenen, bij seksualiteit blijkbaar wel nog om andere dingen kan gaan dan om voortplanting, namelijk om genot en om het uiten van liefde. Nu wil het geval dat noch genot noch het seksueel uiten van liefde afhankelijk zijn van het in elkaar passen van geslachtsorganen. Denk wat dat betreft bijvoorbeeld maar aan masturbatie. Het biologische natuurlijkheidargument is dus alleen redelijk indien men de seksualiteit, in strijd met ethologische en psychologische gegevens 6, reduceert tot haar reproductieve functie. Als hier geen sprake van is, en je voorbehoedsmiddelen of masturbatie niet afwijst, dan kun je niet langer op biologische gronden spreken over onnatuurlijke seks. Aangezien je dan toegeeft dat seks twee andere functies kan hebben dan alleen voortplanting, namelijk die van genot en van liefdesuiting, kun je het realiseren van die functies bij andere dan volwassen heteropartners, niet langer biologisch onnatuurlijk vinden.
Zo is het bio-psychologische natuurlijkheidargument van b.v. de Freudiaanse psychoanalyse niet minder dan onredelijk, en bevat het een verkapte verkondiging van de burgerlijke moraal. Eigenlijk is het biologische natuurlijkheidargument juist zèlf een "perversie", omdat het namelijk zondigt tegen de regels van de rationaliteit die het beweert te onderschrijven.
Maar het biologisch argument is zelfs op nog fundamenteler niveau aan te vallen. Het is namelijk een naturalistisch argument. Dit kan je op twee manieren opvatten.
2. Religie
Er kan echter sprake zijn van een andere soort natuurlijkheidgedachte, namelijk de religieuze. Hierbij wordt de natuurlijkheid gezien als uitvloeisel van de door God bedoelde orde. Een sprekend voorbeeld hiervan is het verhaal over Sodom en Gomorra, waarin mensen zich overgaven aan in goddelijke ogen kennelijk verwerpelijke seks. De steden werden dan ook geheel en al van hogerhand verwoest. In deze tijd zien we dat AIDS door sommige fundamentalisten zonder spoor van twijfel wordt beschouwd als goddelijke straf voor de "tegennatuurlijke", in feite duivelse wandaden van homo- en biseksuelen. Overigens nemen gelovigen aan dat God de gruwelijke seksuele zondaars meestal pas na hun dood, tijdens het laatste oordeel zal straffen: Ze zullen dan in een diepe hel belanden.
Los van de preutse varianten van het goddelijke natuurlijkheids-denken, zien we ook hierbij dat seks niet wordt beperkt tot voortplanting. Wel staat men doorgaans huiverig tegenover vormen van heteroseksualiteit die niet "zoals door God bedoeld" zijn, zoals masturbatie, en seks voor het huwelijk.
Het probleem met het religieuze natuurlijkheidargument is dat het uitdrukkelijk niet redelijk is, maar dat het geacht wordt "bovenverstandelijk" te zijn, geopenbaard door God zelf, en daarmee dus onbetwijfelbaar. Er is geen discussie over mogelijk. Je zit er aan vast als gelovige, tenzij je een ketterse stroming met nieuwe dogma's zou beginnen. De religieuze natuurlijkheidgedachte is daarmee onkwetsbaar voor kritiek maar ook niet-redelijk. Nu moet je in principe respect hebben voor ieders levensbeschouwing, en elke fatsoenlijke religie beweert ook zelf dat het uiteindelijk ieders vrije beslissing moet zijn om gelovige te worden. Daarom moeten we de religieuze natuurlijkheidgedachte respecteren, tenzij die in strijd raakt met de vrijheid van anderen. Een christen heeft zo het volste recht om homoseksualiteit duivels te vinden, maar hij heeft niet het recht om anderen te beletten homoseksueel te zijn.
3. Egocentrisme
Maar met deze analyse zijn we er helaas nog niet. Er is nog een derde factor die maakt dat mensen van afwijkende seks gruwelen, en dat is egocentrisme. Wat ík prettig vind, ís prettig, wat ík niet prettig vind of zou vinden, ís niet prettig, en wat ík walgelijk zou vinden, ís walgelijk. Dit egocentrisme ligt aan de basis van zoiets als de verkettering van vrijwillige sadomasochisme en seks met dieren 9: Omdat men dit zelf vaak walgelijk vindt, ís het ook walgelijk.
Bij het egocentrisme wordt steeds de eigen subjectieve beleving voor de objectieve waarheid gehouden, en houdt men niet eens rekening met de mogelijkheid dat deze beleving anders kan zijn bij een andere persoon 10.
Het gekke is dat men het vaak wel geaccepteerd heeft dat culinaire smaken verschillen, maar dit niet doet aangaande seksuele voorkeuren. Alsof het niet afwijzen van bepaalde vormen van seksualiteit zou betekenen dat je verklaart dat je zelf die vormen van seks wenst te bedrijven. Een soort angst zichzelf te verliezen. Dit egocentrische fenomeen zie je in extreme vorm opmerkelijk genoeg inderdaad optreden bij homofobie, waarbij het contact met homoseksuelen een "gevaar" lijkt te vormen voor de eigen heteroseksualiteit.
Zo is bijvoorbeeld ook de reden waarom de meeste mensen nog steeds incestueuze relaties tussen broers en zusters afwijzen, waarschijnlijk niet werkelijk gebaseerd op kennis van de erfelijkheidsleer, maar simpelweg op het feit dat men zèlf gevoelsmatig nooit zulke relaties zou willen 11. Als men zèlf iets niet wil, en zelfs walgelijk vindt, dan is het kennelijk regelrecht bedreigend als anderen datzelfde wel willen en andersom: als men zelf iets wil, dan is het bedreigend als anderen dat niet willen 12.
Er is namelijk maar één norm op seksueel gebied voor de egocentrische mens, zoals hij voelt moet iedereen voelen. Als iemand van die eigen norm afwijkt, lijkt hij de egocentrische mens voor de keus te stellen: Alsnog het afwijkende gedrag goed gaan vinden (en dus eigenlijk ook zelf praktiseren), of de afwijkende monddood maken. Pluralisme is nu eenmaal geen egocentrische optie.
Hoewel het egocentrisme hier als laatste wordt behandeld, kan ik me goed voorstellen dat het in feite bij ieder geval van intolerantie de eigenlijke, uiteindelijke motivatie vormt 13. In dat geval zou men het biologische en religieuze argument dus alleen maar gebruiken als rationalisaties van een volstrekt irrationele en destructieve drang. En dan verschilt seksuele intolerantie qua irrationaliteit niet van andere vormen van intolerantie zoals racisme. Een sterke aanwijzing hiervoor wordt gevormd door het nationaal-socialisme dat niet alleen berucht was vanwege zijn genocide en ongebreidelde expansiedrift, maar evenzeer om zijn vervolging van seksuele minderheden. De bekende roze driehoek stamt uit deze context en verwijst naar een herkenningsteken dat homoseksuelen in concentratiekampen op hun plunje moesten dragen. Hoewel velen de "biologie" van de nazi's nu als karikaturaal en primitief beschouwen, is hun biologisch argument tegen seksueel afwijkend gedrag niet irrationeler dan het tegenwoordig nog steeds gangbare.
De nazi’s zijn helaas niet de enigen geweest die seksuele minderheden hebben misbruikt als zondebokken. Net als dit voor andere minderheden geldt maken machthebbers handig gebruik van de egocentrische menselijk neiging om het afwijkende te verketteren. Hoe meer sociale ontevredenheid of onzekerheid er heerst hoe grootschaliger de vervolging van seksuele en andere minderheden. In dit verband concluderen Huib Kort en G. G.: "The solution lies in the awakening of independent thinking. It seems people have to learn to be more critical towards their own opinions, but also towards the information that reaches them, in order to become more independent from it." 14
Schema (Bij 3. Egocentrisme)Voornaamste Egocentrische Drogredeneringen
4. Tolerantie
Moreel gezien is seksuele intolerantie niet verdedigbaar. De religieuze afwijzing van afwijkende seks is namelijk niet verder redelijk te onderbouwen en gebaseerd op vrijwillige onderwerping aan dogma's, zodat men moreel niemand die onderwerping mag afdwingen.
De schijnbaar "biologische" afwijzing is niet vol te houden, omdat men daarbij de seksualiteit in feite heel on-biologisch beperkt tot de voortplanting, en naturalistische argumenten bovendien altijd falen. En de egocentrische afwijzing is natuurlijk ronduit verwerpelijk en in die zin pas echt "afschuwelijk".
De seksuele revolutie is allesbehalve achterhaald, maar juist nog niet eens voltooid. De tolerantie moet moreel gezien verder worden uitgebouwd tot alle vormen van vrijwillige seksualiteit en onthouding.
De grens van onze seksuele tolerantie moet niet liggen bij wat de bouw der geslachtsorganen suggereert of wat er in de bijbel of enig ander heilig boek geschreven staat, laat staan bij onze eigen persoonlijke voorkeur of keuze. Die grens moet liggen bij ongewenste seks en ongewenste onthouding. Er bestaat rationeel gezien geen goed argument om te onderscheiden tussen natuurlijke en onnatuurlijke seksualiteit, maar wel om een moreel onderscheid te maken tussen gedwongen en vrije seks (en onthouding).
Mensen moeten de mogelijkheid hebben om voor zichzelf te kiezen voor dingen die anderen walgelijk of verdorven vinden, zolang ze anderen tenminste niet schaden.
Het getuigt van een brute vorm van paternalisme als men mensen seks als bron van genot wil ontzeggen, of hen daarbij ongewenst een smaak op wil dringen. Minstens zo erg is de inmenging in erotische relaties, zeker als het daarbij gaat om meer dan alleen een sensuele band. In veel, zo niet de meeste erotische relaties is de seksualiteit niet uitsluitend een bron van genot maar ook een uiting van diepe genegenheid. Bovendien gaat de opgelegde beëindiging van de seksuele aspecten van een relatie meestal ook gepaard met een verbod op intiem geestelijk contact tussen de geliefden.
Het is dan ook niet overdreven om te stellen dat inmenging in erotische relaties menselijk gezien behoort tot de ergste soort sociale vergrijpen die men kan bedenken. Als er moreel gezien al iets bestraft zou moeten worden, dan zeker niet de "ongeoorloofde" liefdesrelaties, maar juist de onmenselijke sabotage daarvan 15. Om natuurlijk nog maar te zwijgen van andere uitingen van seksuele intolerantie, waarbij men zich niet beperkt tot inmenging, maar ook nog eens overgaat tot ridiculisering, pathologisering, criminalisering, vervolging, mishandeling en zelfs moord.
5. Seksuele tolerantie als uitdrukking van seksuele vrijheid
Seksuele tolerantie komt voort uit het morele principe dat men zich niet zonder goede reden mag mengen in het privé-leven van een ander, een reden die er op seksueel gebied nooit is, tenzij het gaat om seksuele praktijken die schadelijk zijn voor derden. Seksuele vrijheid wordt echter in de praktijk niet alleen beperkt door intolerantie maar ook door vormen van dwang, uitbuiting en geweld. Helaas worden zulke misstanden in de praktijk nogal eens misbruikt door intolerante mensen om in het algemeen onschuldige, bonafide zaken (bijvoorbeeld erotica of pedofilie) mee te brandmerken. Maar dat neemt niet weg dat het hierbij echt om ernstige misdrijven gaat die men niet mag ontkennen of bagatelliseren. In plaats daarvan zou men moeten inzien dat seksuele vrijheid zowel seksuele verdraagzaamheid impliceert, als de bestrijding van seksuele dwang, geweld en uitbuiting. Er bestaat hiertussen geen enkel conflict, maar ze zijn beide uitingen van onvoorwaardelijk respect voor ieders seksuele vrijheid.
6. Psychoseksuele gezondheid
De verdediging van seksuele vrijheid en tolerantie is niet in strijd met elk idee van psychoseksuele gezondheid, maar wel met uniforme maatstaven gebaseerd op de genoemde "biologische" drogreden of religieuze dogma's. Wat psychologisch gezond is op seksueel gebied, ligt veel persoonlijker dan men doorgaans denkt. Psychoseksuele gezondheid zou men kunnen herdefiniëren als: "een omgang met seksualiteit die overeenkomt met persoonlijke verlangens en waarden, en daarbij niet gepaard gaat met schuldgevoel, angsten of haat." Het is daarbij niet uit te sluiten dat er een bepaalde universele spirituele ontwikkelingsgang bestaat in de omgang met seksualiteit.
Men kan zich wat dat betreft bijvoorbeeld voorstellen dat er sprake zou zijn van een steeds verdergaande, algemener seksueel ontwaken, of juist een steeds specifiekere differentiatie, of juist een steeds verdergaande onthechting ten behoeve van andere waarden, enzovoorts. Dit hangt af van de algemene axiologie (waardenleer) die men aanhangt, en die axiologie mag men een ander niet zomaar opdringen, maar alleen beargumenteren voor zover mogelijk. De tijd zal het ons ieder persoonlijk wel leren en we kunnen en mogen een ander niet dwingen om over te gaan tot een eventueel volgend stadium.
In het algemeen kan men in ieder geval zeggen dat iemands omgang met seksualiteit alleen problematisch wordt als die persoon dat zelf zo ervaart, of als anderen ongewenst hinder 16 van die seksualiteit ondervinden. Aldus zou ik als ongezond willen classificeren:
Deze libertaire opvatting van psychoseksuele gezondheid impliceert dat elke vorm van gewenste omgang met seksualiteit gezond is. Gezond is dus niet wat algemeen gangbaar is, maar wat persoonlijk bevredigend is en niet gepaard gaat met agressie. Er bestaan dan ook geen panacés voor seksuele problemen.
Psychoseksuele gezondheid wordt hier opgevat als resultaat van de seksuele vrijheid, en als fundamenteel in strijd met seksuele intolerantie. Seksuele intolerantie is waarschijnlijk juist bij uitstek een hoofdbron van psychoseksuele problemen.
Extra triest is in dit verband nog de auto-pathologisering die men bij leden van seksuele minderheden kan aantreffen. Overspoeld door golven van seksuele intolerantie zoeken ze hun heil bij psychiatrische verklaringen van hun "afwijkingen", ook al hebben ze op zichzelf geen last van intrinsieke seksuele problemen. Integere mensen met pedofiele gevoelens denken bijvoorbeeld vaak van zichzelf dat ze behept zijn met een ontwikkelingsstoornis. Terwijl volgens de reactionaire seksuologie elke seksuele variatie neerkomt op zo’n ontwikkelingsstoornis.
Freud ging er immers vanuit dat alle seksuele oriëntaties die afwijken van de "norm" ontstaan zijn als fixaties op vormen van seksueel genot die men in een "gezonde" ontwikkeling uiteindelijk achter zich zou moeten laten ten behoeve van een "normale seksualiteit". Homoseksualiteit werd op die manier ook jarenlang beschouwd als een ontwikkelingsstoornis. Het is duidelijk dat een (al of niet expliciet) vasthouden aan een seksuologische norm van heteroseksuele coïtus tussen volwassen partners (en de daaruit voortkomende obsessie rond de wortels van afwijkingen daarvan) niets zal kunnen bijdragen aan seksuele emancipatie.
[Home] [Opinie nr 4] [Lijst met artikelen]
|